Binnenskamers

Achtenzestigste editie:
Het geestelijk leven van nabij bekeken. Deel III.

Programma "Binnenskamers" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.

Inleiding

Tekst nr1:

Welkom beste luisteraars.

In de vorige editie van binnenskamers hebben we verder gepoogd om de realiteit van ons geestelijk leven meer van nabij te bekijken. Het is hetgene dat we in al de bijdragen van binnenskamers tot nu toe als doel hebben gehad, en het zal nog wel een tijdje in het centrum van onze belangstelling blijven.

We hebben aan Romano Guardini, een groot spiritueel theoloog, gevraagd om ons uit te leggen wat er gebeurd is met Lucie Christine en Jeanne Schmitz-Rouli. Guardini werd geboren in Verona, Noord-Italië, in 1885 en overleed te München in Duitsland in 1968. Hij is een mooi voorbeeld van een contemplatieve theoloog.

Daarna zijn we bij Sint-Bernardus te rade gegaan, met een stukje waarop hij getuigt hoe hij God in zijn leven heeft ontdekt. Aan het einde stonden we stil bij de concrete, aanwijsbare dingen die in ons leven veranderen. Sint-Bernardus bracht ze ter sprake toen hij zich afvroeg langs waar God dan wel is binnengekomen, en hoe hij geweten heeft dat Hij daar was. Luisteren we nog even naar die zin:

Het Woord is levend en doeltreffend (waarachtig); van zodra Hij binnengekomen is heeft Hij mijn slaperige ziel gewekt. Hij heeft mijn hart dat hard was als steen en ziekelijk, door elkaar geschud, verzacht en gewond. Hij is ook begonnen met het uittrekken, vernietigen, op te bouwen en te planten (Jer. 1,10), de verdroogde grond te irrigeren, de duistere streken te verlichten, de schuilplaatsen open te breken, de bevroren delen in vuur en vlam te gezet; Hij heeft de kronkelpaden rechtgetrokken en de weggezakte (hobbelige) paden geëffend, zo goed dat mijn ziel de Heer heeft gezegend, en dat alles in mij Zijn Heilige Naam heeft gezongen (Ps. 102, 1). Jawel, het is aan de beweging van mijn hart dat ik begrepen heb dat het Woord daar was.

Dus die concrete dingen, het uittrekken, vernietigen, (op)bouwen, planten, irrigeren, ... dat zijn allemaal de vruchten van de Heilige Geest in ons, die maakt dat de aanwezigheid van God in ons zal aanzetten tot de bekering. En ook daar is de bekering zowel een vrije acte en tegelijkertijd iest dat God zelf in ons bewerkstelligt.

Muziek nr1: Ik beken dat het woord zich ook aan mij heeft laten kennen, en wel verschillende keren. Regelmatig is Hij binnengekomen in mij, en nochtans heb ik nooit gevoeld dat Hij binnenkwam. Ik heb gevoeld dat Hij daar was, ik herinner het mij. Ik heb zelfs af en toe een voorgevoel kunnen hebben van zijn komst, maar ik heb deze komst nooit gevoeld; niet meer dan zijn vertrek. Vanwaar kwam Hij, of waar ging Hij naartoe terwijl Hij mijn ziel verliet? Langs waar is hij gekomen om binnen te komen of weg te gaan? Ik beken dat ik het nog altijd niet weet. En zoals er geschreven staat: de Heilige Geest, je weet niet vanwaar Hij komt, noch waar Hij naartoe gaat.

Tekst nr2:

De geestelijke leiding, deze pastorale dienst, bestaat erin om na te gaan of de vruchten van de Geest aanwezig zijn, en niet om de gemoedstoestanden van de ziel te analiseren. Een geestelijk directeur, doet niets anders dan wat elke pastor moet doen, dat wil zeggen, ik citeer hier Sint-Jan-van-het-Kruis: u steeds terug plaatsen in de wet van God en van de Kerk.

En zelfs als je nu visioenen hebt, of leviteert, of extases hebt, of gestigmatiseerd bent, wat dan ook, niets daarvan is van belang, maar wat wel belangrijk is, is God aan het werk, aan het uittrekken, aan het vernietigen aan het bouwen aan het planten, verwarmt hij wat verkild is, richt hij op wat is gevallen, is grond die droog was geïrigeerd, is wat duister was verlicht? ... enz. Dat alles is de beweging van mijn hart.

En dus u ziet de continuïteit tussen ... wat uiteindelijk elke Christen zoekt, namelijk om te leven, als hij een echte Christen is. De meer spectaculaire ervaringen waarover we reeds hebben gesproken, en de continuïteit, ook als ze is wat God in ons bewerkt opdat we namelijk eenvoudigweg het Evangelie zouden (be)leven. Dat wil zeggen: het leven in eenheid met God, en deze eenheid vormt zich door het aanhechten van onze wil aan de wil van God. Dat is wat de hele (spirituele) traditie thematiseert rond 1 Cor. 6, 17: "wie zich met de Heer verenigt wordt met hem één geest."

Hierbij gezegd, 1 Cor. 6,17 is de sleutel van alle commentaren van Sint-Bernardus, Willem van Saint-Thierry en Ruusbroec de wonderbare inbegrepen.

Misschien was dat een beetje moeilijk dat alles, we gaan nu een veel makkelijkere tekst nemen om te eindigen, van een zeer recente spirituele persoon, Moeder Theresa van Calcuta, die jullie allen hebben kunnen zien op de televisie, en wiens geestelijke gevoelens nihil waren, vermits ze zei dat ze in een permanente nacht leefde voor wat de religieuze gevoelens betreft, en dat God voor haar als dood was. Zoals Sint-Bernardus uiteindelijk, maar nog een beetje meer. Maar ook zij wist dat het Woord Gods in haar was, door de vruchten die ze voortbracht, en deze nacht maakte haar niet bezorgd.

Muziek nr2:

Tekst nr3:

De cosmonauten in de ruimte zeggen dat alles donker is in de ruimte, en wij, wij zien ze als badend in het licht. Ik insisteer daarop, want de mensen die Moeder Theresa lezen, of teksten van de mystiekers, zijn altijd geneigd om te zeggen: "ik heb schrik, het is volledig donker". Zoals de kinderen als het helemaal donker is, dan zeggen ze: "Mama, ik heb schrik".

Wat moeten we dus doen als het nacht is? Wel, we moeten slapen. En dat is wat Sint-Jan van het kruis u uitlegt in al zijn bladzijden over de nacht van de ziel. Daar waar we zeggen: "het is donker, ik wil niet", daar zegt hij: "Het is goed, je gaat dus slapen aldus.

En hij zegt ons ook dat de geestelijke directeur doet wat ik jullie daarnet zei, hij zet je steeds weer in de wet van God en van de Kerk, en hij moet ook steeds geruststellen: "Weest niet bezorgd".

Je riskeert me te zeggen, en ook aan Sint-Jan-van-het-Kruis te zeggen: maar toch lopen we het risiko om ons te vergissen. Het antwoord is dat wanneer je je zou vergissen, je niet zou komen vragen zijn voor geestelijke leiding.

En wanneer men de stiel van geestelijk directeur beoefent, dan ziet men meteen wanneer iemand ontrouw is, hij komt het u dan niet zeggen. Hij komt het u zeggen als hij schrik heeft om ontrouw te zijn, dus wanneer hij niet ontrouw is.

Zelfs als je de biecht hoort, in de biechtstoel, dan zeggen mensen, het is verschrikkelijk, ik ben zondaar. Ik zeg dan: "Dus ben je gered!" "Neen, ik ben zondaar!" "Dus, ben je gered!" Waarom? Omdat gered zijn, dat is erkennen dat men zondaar is. Het is niet deugdelijk zijn, dat doet er niet toe.

Het drama van de zondaars, dat is dat ze niet weten dat ze het zijn. Een vis ziet niet dat hij in het water is.

Moeder Theresa beleefde dus deze nacht, waarvan alle mystiekers u zeggen dat dit de normale gang van een volwassen en rijp Christelijk leven is. Ik insisteer dus want we lopen nog het risiko om schrik te hebben. Speciaal denk ik aan het geestelijk testament van Moeder Theresa, gepubliceerd in het Frans een vier à vijf jaar geleden, schijnt veel mensen schrik aan te jagen... daar waar het dat helemaal niet de bedoeling is.

Muziek nr3: Het Woord is levend en waarachtig; van zodra Hij binnengekomen is heeft Hij mijn slaperige ziel gewekt. Hij heeft mijn hart dat hard was als steen en ziekelijk, door elkaar geschud, verzacht en gewond. Hij is ook begonnen met het uittrekken, vernietigen, op te bouwen en te planten (Jer. 1,10), de verdroogde grond te irrigeren, de duistere streken te verlichten, de schuilplaatsen open te breken, de bevroren delen in vuur en vlam te gezet; Hij heeft de kronkelpaden rechtgetrokken en de weggezakte paden geëffend, zo goed dat mijn ziel de Heer heeft gezegend, en dat alles in mij Zijn Heilige Naam heeft gezongen (Ps. 102, 1). Jawel, het is aan de beweging van mijn hart dat ik begrepen heb dat het Woord (van God) daar was.

Tekst nr4:

Veel mensen vinden dat verschrikkelijk, en denken dat die arme Moeder Theresa van Calcuta door God werd gemarteld. Ze was toch in de nacht, dat moet verschrikkelijk zijn geweest, en dat is nog niet alles, er is nog veel meer... Maar als we zo denken zitten we er helemaal naast, het was helemaal niet zo erg voor haar, ze sliep! Maar als we dat zeggen, dan wordt dat als onmogelijk bestempeld. Wat de meeste mensen willen horen, dat is dat Moeder Theresa... die beul van een God heeft verdragen... Wij zijn op zoek naar sensatie, en denken die daar te vinden, maar Moeder Theresa leefde zeer rustig aan, in groot vertrouwen zelfs in het donker.

Het goede nieuws interesseert ons niet, en dus de journalisten evenmin...

We gaan hier de tekst nu lezen waar Moeder Theresa ons gaat zeggen dat God onze duisternis komt verlichten, enz. Maar niet de duisternis van de cosmonauten, maar deze van de valse lichten.

Ziehier dat ik aan de deur sta en ik klop. Het is waar, ik sta aan de deur van uw hart, dag en nacht. Zelfs als je niet luistert naar mij, zelfs als je twijfelt dat Ik het kan zijn, het ben Ik, Ik ben daar. Ik wacht op het kleinste teken van antwoord van uw kant, het lichtste gemurmel van uitnodiging, die me zal toestaan om binnen te komen bij u. Ik wil dat je weet dat elke keer je me zult uitnodigen, ik echt zal komen. Ik zal altijd daar zijn, zonder fout. Stil, onzichtbaar, ik kom. Maar met de oneindige kracht van mijn liefde.

Ik kom alle gaven van de Heilige Geest brengen. Ik kom met mijn barmhartigheid, met mijn verlangen om je te vergeven, om u te genezen, met alle liefde die ik heb voor u. Een liefde boven alle begrip. Een liefde waar elke hartslag deze is die ik van de Vader zelf heb gekregen. Zoals de Vader mij heeft liefgehad, zo heb ik u liefgehad. Ik kom, dorstig om u te troosten, om u mijn kracht te geven, om u weer op te richten, om u te verenigen met mij, in al uw wonden.

Muziek nr4:

Tekst nr5:

Als we de gaven van de Heilige Geest vragen in het "Veni sancte Spiritus", het "Veni creator", dan is het dat wat we vragen. Het is niet iets dat ons een geheel andere gemoedstoestand zal geven, maar Hij zal alles in ons versterken dat liefde, waarheid, licht, warmte, ... verlangt. Dat zijn de gaven van de Heilige Geest.

Een belangrijk iets dat we ook tegengekomen zijn: "Een liefde waar elke hartslag deze is die ik van de Vader zelf heb gekregen". Anders gezegd: Onze eenheid met de Vader komt tot stand door Jezus.

Het is goed dat we verstaan: "Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, heb Ik ook u liefgehad." En Jezus vervolgt, maar op een andere plaats: "Heb elkaar lief zoals Ik u heb liefgehad." Wat wil zeggen dat de gemeenschap der heiligen is: de Vader, de Zoon, en al degenen die door hun eenheid met de Zoon verenigd zijn met de Vader en met elkaar. En het geheel daarvan is de gemeenschap van de Heiligen. Dat is het gemeine leven van Ruusbroec.

Ik ga je mijn licht brengen. Ik kom uw duisternissen verlichten en alle twijfels van je hart. Ik kom met mijn kracht die bekwaam is uzelf te dragen en eveneens al uw lasten (te dragen). Ik kom met mijn genade om uw hart te raken en uw leven te transformeren (om te vormen). Ik kom met mijn vrede, die vrede en sereniteit gaat brengen tot uw ziel. Ik ken u van binnen en vanbuiten. Ik ken alles van u. Zelfs de haren op je hoofd, ik heb ze allen geteld. Niets van uw leven is zonder belang in mijn ogen. Ik heb u doorheen al die jaren gevolgd en ik heb je altijd bemind, zelfs toen je op dwaalwegen waart. Ik ken elk van uw problemen. Ik ken uw noden en zorgen.

Met andere woorden Moeder Theresa is ons in haar spiritueel testament aan het zeggen, dat het geestelijk leven het menselijk leven is in al zijn dimenties. En zodanig dat het eigene van de mens God is. Het natuurlijke en het bovennatuurlijke zijn volledig te onderscheiden, maar ze zijn altijd samen. Het is niet hetzelfde, maar... Het is zoals twee verdiepen van een zelfde huis. Wat maakt dat het niet volstaat om te zeggen dat het bovennatuurlijk het natuurlijke vermeerdert. Maar het is zeggen dat de natuur gewild is door God in het zicht van de genade.

Exact hetzefde zoals bij het gelijkvloers van een huis, wordt gebouwd in het zicht van het tweede verdiep. Maar er is geen enkele continuïteit tussen het gelijkvloers en de eerst verdieping.

Muziek nr5: Ziehier dat ik aan de deur sta en ik klop. Het is waar, ik sta aan de deur van uw hart, dag en nacht. Zelfs als je niet luistert naar mij, zelfs als je twijfelt dat Ik het kan zijn, het ben Ik, Ik ben daar. Ik wacht op het kleinste teken van antwoord van uw kant, het lichtste gemurmel van uitnodiging, die me zal toestaan om binnen te komen bij u. Ik wil dat je weet dat elke keer je me zult uitnodigen, ik echt zal komen. Ik zal altijd daar zijn, zonder fout. Stil, onzichtbaar, ik kom. Maar met de oneindige kracht van mijn liefde.

Tekst nr6:

We gaan stilaan spreken over het gebed, want het spiritueel leven is een leven van relatie, en die relatie voltrekt zich vooral in het gebed. Maar wat is het gebed? En dit komt er met andere woorden op neer dat men zich afvraagt: "hoe cultiveer je het bovennatuurlijke"?

Maar vooralleer we die vraag echt kunnen aanpakken, nemen we even de tijd om een vraag over de vrijheid even aan te snijden. U volledig geven in vrijheid aan de wil van God, geeft de indruk dat daarin een paradox aanwezig.

Wij denken altijd over vrijheid in tegenstelling tot een andere vrijheid. Een keuze tussen twee dingen. En dat doen we omdat we de vrijheid denken als een abstractie, als iets dat geen acte is, daar waar de vrijheid enkel bestaat in een act. Het is op het ogenblik dat je een vrijheidsact stelt dat men vrij is. Anders is men dat niet.

De vrijheid is geen mogelijkheid, het is een acte. Dat is Bergson. De vrijheid bewijst zichzelf niet, ze ervaart (of beleeft) zichzelf zegt Bergson.

De vrijheid is geen gevoel! Een beweging komt bijvoorbeeld tot stand doorte stappen. Want een beweging kan men niet waarnemen. Men kan maar dit moment en dat moment en een ander moment observeren. Maar de beweging is iets daarboven. De beweging is iets dat jij in je hoofd fabriceerd. De muziekpartituur is nog geen muziek. Jij hebt het in je hoofd als je de partituur ziet (en ze kan lezen).

Het is dus op het ogenblik waarop je de vrijheid beleeft dat je vrij bent. Niet eerder. De ware vrijheid is niet doen wat men wilt, maw, niet beslissen is in feite ook handelen.

Veelal noemt men de vrijheid datgene wat zijn verantwoordelijkheid ontvluchten is. Ik doe waar ik zin in heb, dus doet ge niet wat ge wilt, dat is alles. Het is eigenlijk weigeren van vrij te zijn. Het is hierdoor dat het niet de zonde is die ons van God scheidt, maar de zonde is een effect van een in vrijheid genomen beslissing om van God gescheiden te zijn.

Sint-Augustinus zegt ons: Eva zou niet bekoord (beproefd) geweest zijn als ze niet eerst had gezondigd. We denken vaak dat de zonde volgt op de bekoring. Neen, het gaat de bekoring vooraf. Als we dat hebben begrepen, dan hebben we alles begrepen.

De zonde is een slechte oplossing voor de zondaars, maar zij zijn zondaars... We worden geboren in de zonde zegt ons Sint Paulus. Dus zondigen we, want we moeten ons toch bezig houden, niet? We worden geboren in de zonde! Onze wil is dus al ziek.

Muziek nr6:

Tekst nr7:

Het is een feit dat veel Christenen op zoek zijn naar geestelijke diepgang. Het oppervlakkige van het materialistische leven is voor niemand bevredigend. Die geestelijke diepgand vinden we namelijk in het Gebed. Het woord gebed (in het Latijn "Orare", en in het Frans "Oraison") is zeer rijk aan betekenis. In het Nederlands zouden we het woordje "oraison" vertalen als stil gebed, persoonlijk gebed of inwendig gebed.

Het woord Oraison, (bidden of gebed) duidt, voornamelijk vanaf de XVIe eeuw, een oefening of een praktijk aan. Bijvoorbeeld wat kloosterzusters doen. We zien hen in stilte, ingetogen in de kapel, allen samen bidden. Goed, dat is het gebed zoals de Karmel dat in de XVIe, en vervolgens in de XVIIe eeuw over heel Europa hebben verspreid. En daarin waren ze afhankelijk van de meer noordelijke landen, en in het bijzonder van de "Devotio Moderna" die van uit onze streken ontstaan is, en door Ruusbroec de wonderbare zijn ontplooiing heeft gekend.

Maar het woord Oraison (of gebed), vindt ge ook terug in de liturgie, als ge het missaal opent, zegt men u dat na het Kyrië Eleison een tijd van gebed aanbreekt. Het is dus ook een liturgische term, maar ge moet zien dat in realiteit het elk soort dialoog dekt, of in ieder geval de aanwezigheid van de mens tot God, en van God tot de mens waarvan we de wortel reeds in het Oude Testament vinden.

Het woordje Oraison komt van het Latijn, Os, Oris, de mond, en we zien dat Adam geschapen is door God in gebed, dat wil zeggen, "Os ad Ora". Wat in het Nederlands wil zeggen, mond op mond, zoals wanneer we iemand reanimeren die aan het stikken is. Mond op mond, of van aangezicht tot aangezicht. Os ad Ora, gaat Adorer geven, en uiteindelijk door de sleet van het woord, Adorer is Oraison geworden.

De mens is dus geschapen in gebed. De mens is geschapen in deze vitale uitwisseling tussen God en hem, die we (reeds) hebben geïdentificeerd als het geestelijk leven.

Muziek nr7: Ik kom met mijn genade om uw hart te raken en uw leven te transformeren (om te vormen). Ik kom met mijn vrede, die vrede en sereniteit gaat brengen tot uw ziel. Ik ken u van binnen en vanbuiten. Ik ken alles van u. Zelfs de haren op je hoofd, ik heb ze allen geteld. Niets van uw leven is zonder belang in mijn ogen. Ik heb u doorheen al die jaren gevolgd en ik heb je altijd bemind, zelfs toen je op dwaalwegen waart. Ik ken elk van uw problemen. Ik ken uw noden en zorgen.

Tekst nr8:

Jawel, ons evenwicht als mens bevindt zich juist in dat persoonlijk, inwendig gebed, in die verbondenheid met God, het is de kern van ons menszijn. We komen tot het leven in gebed (mond op mond), en opnieuw vinden we hierin terug de kern van de kern van elk menselijk bestaan. Wat maakt dat als we een paar edities geleden spraken van de man die een grote glimlach op zijn gezicht toverde toen ik hem zei dat God hem liefheeft zelfs als die man niet gelooft in God. En eveneens alles wat we in die vorige edities hebben besproken. Alles vindt zijn uitleg in deze vitale uitwisseling die het diepst van ons menselijk bestaan is.

God neemt het initiatief van ons gebed zoals we zien. Het is niet de mens die plots het vreemde idee heeft om zich tot God te richten omdat hij niet weet wat doen, en dan... maar God die onvoelbaar, ondenkbaar, onhoorbaar en geurloos is, ... nooit zouden we het idee hebben om naar Hem toe te gaan. Het kan alleen maar Hij zijn die de eerste stap kan zetten. Deze eerste stap is God die zijn eigen leven geeft aan de mens, en vervolgens ontwaakt de mens tot God. En zoals de vitale ademhaling bestaat uit uitademen en inademen, zo is ook het gebed tegelijk in dezelfde act, niet de een na de ander, in dezelfde act, de uitwisseling in dewelke God (uitademend) zich verspreidt, en de mens (inademend) zich vult met God.

Ja, en daar stuiten we op een klein intellectueel probleem. We hebben de moeilijkheid om deze wederkerigheid te denken, want wij denken gemakkelijk dat, maandag, God zich tot mij richt, en dinsdag, dat ik me richt tot God om hem te antwoorden. Goed, daar is een probleem dat puur intellectueel is. Maar het is zeer belangrijk dat het in dezelfde act is dat, inademen en uitademen plaats vindt. In heel het Evangelie zegt men ons dat God ons roept, Jezus roept en zendt zijn discipelen. Het is niet dat hij hen eerst roept, en vervolgens leert hij ze dingen, en 's anderendaags gaan ze het uitdragen. Het is in dezelfde act van het roepen dat hij zendt. Ruusbroec zegt u: de eenheid tot God is altijd "wezelijk" (roep(ing), ontvangen), en "werkelijk" (doeltreffend, uitvoeren, werken). De twee zijn er altijd samen. Ze gaan altijd hand in hand.

Muziek nr8:

Tekst nr9:

Het goed begrijpen van dit samengaan van ontvangen en uitvoeren is vitaal om het pastoraal leven te bedenken. Waarom is het vitaal? Omdat men vaak denkt dat de abdijen een bank zijn, waar een schat aanwezig is. We gaan uit die schat een beetje geld afhalen om het buiten uit te geven. Of op een andere manier zou men aldus over het spiritueel leven in de Kerk kunnen spreken als: 's morgens moet men zich bezig houden met de goede God, we laden onze batterijen op, zoals we onze draagbare telefoon aanluiten aan de stroom, en in de namiddag gaan we aan anderen zeggen dat we verbruiken wat we hebben opgeslaan. Neen, het is in dezelfe act, en als je niet verenigd bent met God, de namiddag zoals 's morgens, verlies je je tijd zowel 's morgens als 's namiddags, want de liefde is openheid en tegelijk is het eenheid. En het is daarom dat de enige vraag werkelijk erin bestaat om te zien of men werkelijk is op de plaats waar God ons roept. Maar daar waar hij u roept, is het onderscheid tussen ontvangen en geven zeer secondair en artificieel. Dàt is vitaal, anders zal je van de Kerk, de abdijen of kloosters en de nog bestaande parochies een bank maken, een stockageplaats, ipv een levendig iets. Wel lopen we het gevaar om te zeggen: de pastores kunnen daar niet meer toe komen omdat ze werk hebben. Maar er is geen ander werk dan de eenheid met God.

Sint-Jan-van-het-Kruis neemt het beeld van een venster en niet van een spiegel om ons dat proces te verhelderen. Hij zegt dat degene die het Evanglie doorgeeft, het doorgeeft niet door reflectie, maar door transparantie. Met het voorbeeld van een venster, zegt hij dat als we het venster zien dan geven we slecht door. M.a.w. als we moeten evangeliseren, moeten we omgevormd worden in het licht van God, en niet het Woord van God weerkaatsen. En als we omgevormd worden door het licht van God, dan is het God die evangeliseert, en niet wij.

Maar dit kan ons als ontoelaatbaar overkomen, als we louter vanuit een menselijke manier kijken naar het Evangelie. Er zijn weinig christenen en pastores die zullen toegeven dat dit werk van eenheid met God boven alles gaat. Want wij zijn geneigd om de vrijgevigheid met de caritas of naastenliefde te verwarren. We denken dat het Evangelie een product is dat we moeten exporteren en dat we moeten geven, daar waar het een boodschap is, (goed) nieuws, een openbaring. Er is geen andere manier van iets aan te kondigen, te openbaren dan ervan te leven.

Ziezo, deze editie van binnenskamers is weer tot zijn einde gekomen. Volgende keer zetten we nog een stapje verder op deze ontdekkingstocht in dat aspect van ons leven dat zo makkelijk in de vergeetput geduwd wordt: ons spiritueel leven.


Muziek nr9: U luisterde naar het programma Binnenskamers, waar we deze keer hebben gehandeld over ons spiritueel leven, met enkele sterke teksten uit de rijke schat van de Christelijke Spirituele Literatuur.