Binnenskamers

Zesenzestigste editie:
Het geestelijk leven van nabij bekeken. Deel I.

Programma "Binnenskamers" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.

Inleiding

Tekst nr1:

Welkom beste luisteraars.

In de vorige editie van binnenskamers, hoorden we Johannes Evangelista in zijn vijfde hoofdstuk van het werk "Het Rijk van God in onze zielen". Het handelde over De moeilijkheden die de ziel ondervindt om God te vinden. Deze komen in feite allemaal voort, door en van haarzelf. Die eenvoudige maar diepzinnige Capucijn uit de 16e-17e eeuw, en wiens boodschap ons nog steeds kan helpen op onze christelijke levensweg.

Johannes Evangelista wordt soms ook de Sint-Jan-van-het-Kruis van de Nederlanden genoemd. Dat lijkt misschien wat overtrokken, zeker wat betreft de stijl die soms nogal veel verwijzingen bevat van dingen die reeds gezegd werden of nog zullen behandeld worden. Maar toch weet hij wel heel toegankelijke, verhelderende en zelfs sterke beelden aan te wenden om duidelijk te maken waarover hij ons precies wil onderrichten.

In deze editie gaan we Johannes Evangelista even verlaten en een poging ondernemen om de realiteit van ons geestelijk leven van naderbij te bekijken. Het is het onderwerp geweest van al de bijdragen van binnenskamers tot nu toe, en zal dat nog wel een tijdje blijven, maar we hebben het wellicht nooit zo expliciet benoemd.

Makkelijk maken we de fout om deze dimentie van het leven te verwarren met onze psychologie. Als we spreken over de realiteit van ons geestelijk leven moeten we begrijpen dat het spirituele leven niet enkel het bewuste leven is, wat het studieobject is van de psychologen. Maar dat de spiritualiteit volledig transparant is, zoals de lucht die wij ademen. We kunnen haar dus nooit aantonen door onze onmiddelijke observatie, want ze is veel fundamenteler dan dat wat ons doet nadenken, willen en handelen.

Laten we beginnen met een klein verhaal. Een priester wandelde door de velden en zag plots twee huizen staan. In een van die huizen was er iemand met een grote hond. De hond heeft zich al blaffend op de priester geworpen, en bedreigde hem langs alle kanten. De hond was vuil en onverkwikkelijk. De baas is door het blaffen van zijn hond uit het huis gekomen om te zien wat er gebeurde, zei tegen de priester: "De hond is niet gevaarlijk, het is gegwoon om te spelen."

De priester stelde zich voor aan die man die hij van haar noch pluim kende. Waarop die man die een priesterhater was nors en kwaad zei: "Ik geloof helemaal niet in die dingen, en dat interesseert me ook langs geen kanten." Waarop de priester anwoordde: "Dat kan eigenlijk geen kwaad, onze Lieve Heer ziet u in ieder geval toch graag." De priester ziet vervolgens een lach verschijnen op het gezicht van die man: "Hij ziet me toch graag?"... Waarop de priester antwoordde: Ja!

Als je je afvraagt hoe hij van die negatieve, afwijzende blik gekomen is tot die blije lach en vraag: "zou dat echt waar zijn..." Dan bevinden we ons in het domein van het geestelijk leven.

Muziek nr1: Ende oft iemant by avontueren noch den moet niet sterck ghenoech en hadde om hem over te geven in altoos te volherden in dat geduerich waernemen zijns selfs / naer de geheelheyt die wy gheseyt hebben dat daer vereyscht wort om Godt te vinden / dat hy ten minsten dit voor hem neme te doen voor eenen sekeren tijt / lanck oft kort / liever als te blijven soo ten halven hangen / soeckende nu Godt / en<de> dan sijn selven / nu klimmende / dan daelende / nu voorwaerts gae<n>de / ende terstont achterwaerts / heden maeckende / ende morgen wederom 't selve brekende.

Tekst nr2:

Het geestelijk leven, is dat wat tegengesteld gaat, niet omgekeert, maar wat tegengesteld is aan de natuur, en waar de logica de eenheid is, daar waar logica van de natuur de scheiding bewerkt.

Het is datgene dat we bijvoorbeeld zien op Witte Donderdag wanneer Jezus zegt aan zijn Apostelen: "Ik die uw Heer en Meester ben (volgens de natuur is hij God Almachtig, Heer en Meester), ik ben jullie dienaar geworden. Meester en Heer, stoot af, en dienaar is in ondergeschiktheid, in afhankelijkheid, en het trekt aan.

En als we de beweging van onze aardse natuur beschouwen, zien we precies hetzelfde. De natuur heeft de neiging om weg te duwen, en het is goed dat dit zo is, maar het is de beweging van de schepping. Natuur komt van het woordje "nachere", geboren worden, en de schepping blijft bestaan in dit evenwicht van krachten die elkaar wegduwen, het is de wet van de schepping. God heeft het zo gemaakt, en Hij zag dat het goed was.

Als je het Evangelie wilt samenvatten tot het meest essentiële, zien we dat Jezus slechts één ding vraagt aan de Vader, dat we één zouden zijn, zoals Hij één is met de Vader. Gij in Mij en Ik in u. Zie dat is de eenheid. Deze kracht die ons trekt of stuwt naar die eenheid, is de motor van elk bewust handelen van de mens.

Het kleine kind dat tot het leven geboren wordt, strekt zijn handen uit (verlangend, zoekend) naar zijn moeder. En diens moeder wordt eveneens naar hem toe bewogen.

Deze beweging ziet ge langs alle kanten, zelfs als je het niet altijd opmerkt.

Muziek nr2:

Tekst nr3:

Nog twee tot drie zeer eenvoudige dingen. Onlangs nam wederom een priester de metro van Parijs. Er komt een oudere man naar hem toe, die hij niet kende. Als de priester uitstapt komt die man naar hem toe en zegt: "Dank u Eerwaarde." Waarom zegt hij dat?

Vervolgens op weg met de trein, in het station is er een dame die uitstapt, ze laat een briefje achter zodat de priester het kan bekijken. Ze weet dat ze elkaar nooit meer zouden terugzien, dus gebeurt het in volledige discretie. En op het papiertje stond een gebed. En dergelijke dingen gebeuren regelmatig, maar zoals de lucht die we ademen, merken we het niet meer op, en staan we er niet makkelijk bij stil.

We kunnen denken dat deze realiteit enkel bestaat tussen twee personen of menselijke wezens. Echter het woord persoon zoals we het nu begrijpen, is uitgevonden in een christelijke context, daarbuiten vindt men het niet. Geïnspireerd op de Griekse toneelspelers is het woord binnen Christelijke context gebruikt om te spreken over de goddelijke personen.

En in realiteit zijn we maar iemand, een persoon doordat we deel hebben aan het goddelijk leven (aan de relatie met God). Maar dat kunnen we vandaag niet verder uitdiepen.

We gaan nu toch ook een tekst lezen, in dewelke we zullen zien dat God, zoals de lucht die wij ademen, hij is geest; en het geestelijk leven is volledig transparant. Op een zeker ogenblik, zoals het licht dat op de tafel tegengehouden wordt, de kleur ervan laat zien. Ik zie echter niet het licht, ik zie enkel wat het licht me toelaat te zien.

Op zekere momenten is God ook gestopt door mijn psychisme (laat ons zeggen), en, Hij is niet enkel daar, maar ik zie de weerglans van God. Ik zie God niet, ik zie wat God me toelaat te zien, zoals ik niet het licht zie, maar ik zie de tafel die het licht me toelaat te zien.

Dit is waar voor elke mens, maar het is nog juister, of beter gezegd het wordt beter gevoeld of sommigen zijn er zich meer van bewust dan anderen. Zij die een grotere capaciteit hebben, of God heeft hen zo geschapen dat ze betere verklikkers (of ontvangers) zijn van dit Goddelijk licht.

Deze mensen noemt men contemplatieven, maar zij die zeer contemplatief zijn zal men meestal mystiekers gaan noemen.

Muziek nr3: Als je het Evangelie wilt samenvatten tot het meest essentiële, zien we dat Jezus slechts één ding vraagt aan de Vader, dat we één zouden zijn, zoals Hij één is met de Vader. Gij in Mij en Ik in u. Zie dat is de eenheid. Deze kracht die ons trekt of stuwt naar die eenheid, is de motor van elk bewust handelen van de mens.

Tekst nr4:

Een voorbeeld van contemplatie: Je bent op straat met een vriend, en gaat waarheen jullie besloten hebben te gaan, en plots stopt je vriend, en zegt: kijk. Hij heeft iets gezien dat jij niet gezien hebt. Ziehier het verschil tussen iemand die kijkt, en iemand die gewoonweg ziet. Gewoon kijken is anders dan beseffen dat je iets ziet.

Maar degene die stopt en kijkt, is niet speciaal omdat hij besloten heeft te stoppen, maar omdat hij iets heeft opgemerkt dat de meeste andere mensen niet opmerken (en dus niet bij stilstaan of er geen aandacht aan schenken).

De contemplatief is degene die verder ziet, hij is niet intelligenter. Ze hebben geen andere ogen dan de uwe. Meestal hebben ze zelfs slechtere ogen dan de uwe. Het is dus iets dat gegeven is. Het is een genade. Een kunstenaar is eveneens iemand die verder ziet, en meer dingen ziet dan de doorsnee mens.

Dit wil ook zeggen dat een contemplatief een onthuller is. En dit wil ook zeggen dat als je God wil openbaren, wat evangeliseren genoemd wordt, dan hangt dat niet van u af. Het is een gave, en als dit niet zo is, dan is het uzelf die ge verkondigt (of brengt) in plaats van God.

Een slechte schilder, een slechte kunstenaar, een slechte muzikant, is degene die zichzelf wil doen opmerken. Een goede... is degene die niet opmerkt dat hij goed is. Dat wil zeggen dat elk (menselijk) pastoraal project gedoemd is om te mislukken. Alleen God kan het geven. Bij Hem moeten we dus te rade en vragen dat Hij ons als zijn instrument gebruikt om zich te openbaren aan onze naaste.

Muziek nr4:

Tekst nr5:

We gaan nu een eerste tekst nemen van een mystica, moeder van een familie, die geen grote spirituele opvoeding heeft gehad.

Wij hebben haar geestelijk dagboek, omdat God zich op een bijzonder sterke manier aan haar liet kennen (haar aanraakte), en dat ze bezorgd was of dit wel van God kwam.

In het Frankrijk van de 19e eeuw gaat men in dat geval de pastoor opzoeken. En de pastoor, met veel takt heeft gezegd dat hij geen specialist was van de contemplatieve roerselen (toestanden). Schrijf me dat op, vroeg hij, en ik zal het advies vragen van een specialist.

En die specialist was een pater jezuïet, Pater Poulaing, die na het overlijden van Lucie Christine (een pseudoniem om de familie geen problemen te geven) haar "geestelijk dagboek" heeft uitgegeven, dat heel sprekend (rijk of veelzeggend) is.

Ik was bijna het hele jaar ziek, en was regelmatig niet in de mogelijkheid om deel te nemen aan de Eucharistie en kon dus niet te communie gaan, en zo gebeurde het dat ik zes weken niet naar buiten mocht gaan. Ik was droevig om verscheidene redenen, en ik maakte mijn beklag bij de Heer dat Hij me ver van Hem liet. Terwijl ik deze dingen overwoog, en alleen thuis werkte aan een paar naaiwerkjes, was mijn ziel plotseling ingenomen en als overstroomd door een gevoel van de goddelijke aanwezigheid, en ik ervoer het als een gevoel van de realiteit. God wàs daar, dicht bij mij; ik kon hem niet zien, maar ik voelde de zekerheid van zijn aanwezigheid, zoals een blinde zeker is van de aanwezigheid van iemand die hij aanraakt en die hij hoort spreken; en in mijn hart was het een zalving, een vrede, een goddelijke vreugde... Dat duurde denk ik ongeveer een uur, en mijn ziel bleef enorm gesterkt en getroost door deze hemelse gunst, en zo, dat wat het teweeg bracht me toelieten om het niet voor een illusie te nemen, niettegenstaande ik van die goddelijke dingen op dat moment zeer onwetend was.

Muziek nr5: Terwijl ik deze dingen overwoog, en alleen thuis werkte aan een paar naaiwerkjes, was mijn ziel plotseling ingenomen en als overstroomd door een gevoel van de goddelijke aanwezigheid, en ik ervoer het als een gevoel van de realiteit. God wàs daar, dicht bij mij; ik kon hem niet zien, maar ik voelde de zekerheid van zijn aanwezigheid, zoals een blinde zeker is van de aanwezigheid van iemand die hij aanraakt en die hij hoort spreken; en in mijn hart was het een zalving, een vrede, een goddelijke vreugde...

Tekst nr6:

Ziezo, als we die tekst samenvatten, is er een eerste niveau van Gods aanwezigheid die niet zeer bewust is. "Ik maakte mijn beklag bij de Heer dat Hij me ver van Hem liet".

Men maakt zijn beklag niet bij een afwezige. Hij was op het meest verwijderde niveau van het bewustzijn, maar Hij was daar. En op een totaal onverwachte manier, want haar bedoeling was om te naaien, haar intentie was om te werken. Hij die op het laatste plan van haar bewustzijn was komt plots op het voorplan: "plotseling ingenomen en als overstroomd door een gevoel van de goddelijke aanwezigheid"

Het woord "gevoel" is gevaarlijk, maar er is geen ander woord dat onze gevoelsmatige ervaring kan uitdrukken en als we van een dergelijk iets willen spreken. Maar als iedereen die over dit type van ervaring wil spreken telkens moet gaan zeggen: ik moet spreken over voelen, zien, horen, maar niet zoals ik deze tafel zie, of...

Even verder zegt ze dat dit het gevoel is van de werkelijkheid. De mystiekers zullen altijd zeggen (daar waar wij geloven dat zij met hun hoofd in de wolken zitten): dat wij het zijn die met ons hoofd in de wolken zitten, dat wij ver van de realiteit af zijn met andere woorden.

Het is daarom dat er altijd een radicaal onbegrip zal blijven bestaan (tussen die twee).

Men zal u zeggen dat Sint-Jan-van-het-Kruis, de Heilige Theresia van Avila, Sint Franciscus van Sales,... allemaal dromers zijn. Doch als je kijkt wie het Spagne van de 16e eeuw of het Frankrijk van de 17e eeuw gemaakt hebben, dan zijn het de mystiekers. Het zijn zij die de doeltreffende beslissingen genomen hebben. Dus wie zijn de dromers dan?

Als je bij Plato gaat kijken in zijn 7e boek van de Republiek, zien we eveneens dat allen de anderen als dromers behandelden nu allen vergeten zijn, en dat de dromers, het zijn zij waarover men (nu) zegt: "Ah Plato, ah Socrates, het zijn zij die (het aanschijn van) de wereld hebben veranderd. Ziehier het geestelijke leven.

Wat er gebeurt zonder het te hebben voorzien of zonder het te hebben gepland, en dat zich openbaart aan bepaalde personen die gekozen zijn voor een totaal onverwachtte ervaring, een die ze absoluut niet meester zijn.

Hét probleem voor hen zal erin bestaan om die ervaring van dé realiteit te verwoorden, met woorden die daar niet voor zijn bedoeld...

Muziek nr6:

Tekst nr7:

We kijken nog even verder in de tekst die we hebben gelezen: "mijn ziel bleef enorm gesterkt en getroost door deze hemelse gunst, en zo, dat wat het (in mij) teweeg bracht me toelieten om het niet voor een illusie te nemen."

Zoals we met Sint-Bernardus zien; het enige criterium dat ons doet beseffen dat het ontegensprekelijk wel degelijk God is en geen illusie, ... en dat er vervolgens constateerbare effecten bewerkstelligd worden, er is iets dat verandert (of meerdere dingen die veranderen door die ervaring), en die we in de realiteit van ons leven effectief kunnen waarnemen.

Hetgene zeer betekenisvol is, dat is dat ze op het einde zegt dat ze er nergens eerder over dergelijke dingen gelezen had, of erover onderricht is geweest. Het is dus allemaal volledig nieuw en onbekend voor haar. Het is dus niet iets waarvan ze wist dat dit allemaal zou kunnen gebeuren. Ze heeft het dus niet gezocht op een of andere manier.

Alles bevindt zich dus in de moeilijkheid om deze ervaring achteraf te verwoorden of te beschrijven, omdat die ervaring geheel anders is dan de (materiele) gevoelsmatige ervaring, datgene namelijk dat zich volledig buiten onze normale ervaringswereld situeert.

Met andere woorden, de hele moeilijkheid bestaat erin om toe te staan dat het Woord vlees wordt. Het Woord van God met een hoofdletter, namelijk de Logos, het onuitspreekbare.

Het Evangelie is dus de menselijke verwoording van God, het is de incarnatie en de Christen is degene die doordat hij het Evangelie heeft, kan binnentreden in de logica van het reële.

De hele moeilijkheid is om deze ervaring van menswording te verwoorden. Dit wil zeggen dat het Evangelie de taal is van de menswording.

Dit wil dus ook zeggen dat de rol van de Kerk, die het Evangelie ontvangen heeft; ik ga een uitdrukking van Sint-Jan-van-het-Kruis overnemen, en dan is de rol van de Kerk: "De taal van God onderrichten."

Muziek nr7: Zoals we met Sint-Bernardus zien; het enige criterium dat ons doet beseffen dat het ontegensprekelijk wel degelijk God is en geen illusie, ... en dat er vervolgens constateerbare effecten bewerkstelligd worden, er is iets dat verandert (of meerdere dingen die veranderen door die ervaring), en die we in de realiteit van ons leven effectief kunnen waarnemen.

Tekst nr8:

Ziehier de schat van de Kerk, en ziehier de missie van de Kerk. Alle andere missies van de Kerk staan in relatie met deze hier.

Ik vestig uw aandacht op het feit dat in onze oud Christelijk landen, de pastorale projecten in het algemeen de viering zoeken te redden (of te bestendigen). Omdat het datgene is dat men het beste ziet als er niets meer over schiet. De hervormingen, de meeste bisdommen de laatste tijd doorvoeren, bestuurd worden door de vraag: hoe zorgen we ervoor dat er toch nog een beetje overal de Eucharistie kan gevierd worden?

Daar waar de Eucharistie pas op het einde van Jezus' publiek leven werd ingesteld, dat is op witte donderdag, en dat is de laatste dag van zijn aardse leven met zijn apostelen. Na drie jaar op school, waar ze de taal hebben geleerd die God spreekt. En ik denk dat we geen 5% van de energie besteden aan het aanleren van de taal die God spreekt als we 95% van onze energie steken in het redden van de viering, maar als we de taal die God spreekt niet begrijpen, is er dan nog iets om te vieren.

Sint-Augustinus zei reeds dat het pastoraal probleem (nummer 1) niet de sacristie is of het kerkgebouw, maar de school. "Gaat over de hele wereld, en maakt leerlingen van mij, ..." (Matteüs 28:16-20) Dit leren is noodzakelijk om die taal van God te leren kennen, om binnen te kunnen treden in wat mystiekers en contemplatieven scherper waarnemen dan de meeste mensen. Dit maar om u te zeggen in welke mate men van de buitenkant (zonder de sleutel) daar niets van opmerkt. Niet meer dan dat men kan opmerken van het licht. Niemand heeft God gezien zegt ons Sint-Jan, we merken die mensen niet op. Van de buitenkant merken we niets op van die mensen.

Niet meer dan dat we Jezus Christus hebben opgemerkt. Nu 20 eeuwen later zien we het resultaat van Jezus, de effecten van wat hij verwezenlijkt heeft, maar zoals Sint-Paulus ons zegt in de Korinthiersbrief: hadden ze het opgemerkt (geweten) wie hij was, ze zouden hem niet hebben vermoord, ze waren niet idioot, ze hebben het niet opgemerkt (wie hij was).

Wij hebben de illusie om te geloven dat we Jezus hadden opgemerkt indien we geleefd zouden hebben in zijn tijd. Maar we zijn mis... de hele dag kruisigen we hem, maar we zeggen, neen, neen, ik kruisig Jezus niet! ... En Jezus zal ons zeggen: Ik had honger en jullie hebben me niet te eten gegeven, ik had dorst en jullie hebben me niet te drinken gegeven... Maar we wisten het niet, ... dat was reeds zo in de tijd van Jezus.

Muziek nr8:

Tekst nr9:

Een vraag die zich wellicht aan ons opdringt als we dit horen: "Indien ze Jezus wel hadden herkend als Zoon van God, en Hem niet hadden gekruisigd, zouden we dan toch gered geweest zijn?"

Jezus bidt niet opdat we zouden worden gered, maar wel dat we één zouden zijn in Hem. Het is door één te zijn met Jezus, die één is met de Vader en de Heilige Geest, dat we leven. We moeten dus niet meer gered worden. We "zijn", met Hem die "is".

Maar nu nog even dit. Een dame die zeer vergelijkbare dingen ervaren en beschreven heeft als Lucie Christine, is Jeanne Schmitz-Rouli? Het was de moeder van een priester van het aartsbisdom Mechelen-Brussel. Het was een eenvoudige huisvrouw. Je moet niet denken dat het mensen geleerde en geschoolde hoogvliegers zijn zoals Sint-Jan-van-het-Kruis. Maar wat is er dan wel gebeurd met Lucie Christine?

Toen Charles Schmitz, de zoon van Jeanne om toestemming gevraagd werd om het dagboek van zijn moeder te mogen publiceren, kon hij niet geloven dat die schriftjes die hem getoond werden (van haar waren). Het was iemand die die schriftjes had gevonden in de archieven van de Jezuieten van Antwerpen. Want ook daar had de pastoor gezegd: ik weet daar niet genoeg van, en hij had raad gevraagd bij een expert, een pater Jezuiet die wel op de hoogte was van deze ervaringen, en die copies van die schriftjes had gehouden in zijn bureau... Na zijn dood waren die schriftjes in de handen gevallen van een specialist van mystieke literatuur.

En toen de priester Charles Schmitz met die schriftjes werd geconfronteerd was hij zeer verwonderd, en moest hij toegeven: en nochtans is het wel het geschrift van mijn moeder. Hij herinnerde zich wel vaag dat bij een verhuis, soortgelijke schriftjes zoek waren geraakt, en dat zijn moeder daar zeer bezorgd om was geweest. Toch kon hij moeilijk begrijpen dat zijn moeder zo een diepe godservaringen heeft gehad. Hij heeft toen ook gezegd: ze was toch niet zo mijn Mama. Ze maakte taarten, en deed vele dingen... We denken altijd dat het maken van taarten, en het zorgen voor vele materiële dingen niet compatibel zijn met dat leven in eenheid met God ... Maar we mogen vrij zeker zijn dat de Heilige Maagd eveneens taarten moet hebben gebakken voor haar zoon op de 25e december, en veel aandacht had ook voor de materiële noden en zorgen van haar Zoon ... en toch was ze de Heilige Maagd Maria.

Ziezo, we zijn weerom aan het einde gekomen van deze editie van binnenskamers. Volgende keer gaan we aan Romano Guardini, een groot spiritueel theoloog van nog niet zo lang geleden, vragen om ons uit te leggen wat er gebeurd is met Lucie Christine en Jeanne Schmitz-Rouli.

Beste luisteraars, hopelijk hebben deze woorden over "ons geestelijk leven" jullie hart nogmaals kunnen raken, en mogen we jullie volgende keer opnieuw rekenen onder onze trouwe toehoorders. Tot de volgende keer.


Vrij vertaald uit de "Het Ryck Godts inder Zielen oft binnen u lieden" van Johannes Evangelista van 's Hertogenbosch.

Muziek nr9: U luisterde naar het programma Binnenskamers, waar we deze keer hebben gehandeld over ons geestelijk leven, met enkele sterke teksten uit de rijke schat van de Christelijke Spirituele Literatuur.