Programma "Binnenskamers" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.
Tekst nr1:
Welkom beste luisteraars.
Gezien deze maand op de vooravond van de vierde zondag en de zondag zelf Kerstmis vieren, krijgen jullie nu een speciale editie van Binnenskamers gepresenteerd, met teksten die betrekking hebben op het feest van Kerstmis.
Vorige keer hebben we gezegd dat we onze lezing van de Evangelische Peerle voor een tijdje stoppen, en verder gaan met Johannes Evangelista van 's Hertogenbosch, maar in deze kersteditie willen we de mystieke schrijfster van de Evangelische Peerle toch weer aan het woord laten met twee hoofdstukken uit een van haar andere werken: "Den Tempel onser Sielen".
We hebben in vroegere edities reeds teksten van "Den Tempel onser Sielen" gelezen en besproken in het programma Binnenskamers (nl. de edities 15-21 van Binnenskamers). We hebben toen slechts een paar heel korte stukjes tekst gekozen uit deze hoofdstukken. Nu zullen we het hoofdstuk 3 en 4 over Kerstmis volledig doornemen. Dat zijn hoofdstukken 8 en 9 van het tweede deel van "De Tempel van onze Ziel" mocht je het willen opzoeken. Je kan ze vinden in de in 2014 bij Averbode uitgegeven herziene vertaling door Jos Alaerts s.j. en Rob Faesen s.j.
Dit werk van onze mystieke schrijfster kende blijkbaar niet hetzelfde succes als haar bestsellerswerk: "De Evangelische Peerle". "Den tempel onser sielen" kende slechts één druk in 1543, niettegenstaande het een veel beter gestructureerd en bevattelijker werk blijkt te zijn dan de Peerle. Na meer dan 4 eeuwen, namelijk in 1968, zag een kritische uitgave van "Den tempel onser sielen" door de hand van A. Ampe s.j. het licht. Pater Jos Alaerts, eveneens een Jezuïet hertaalde het werk naar het hedendaags Nederlands. Het werd onder de naam "Gods tempel zijn wij", uitgegeven in 1980 door de Abdij van Bethlehem te Bonheiden. Het is uit dat werk van Pater Jos Alaerts dat we de teksten zullen lezen, en niet uit de herziene vertaling.
De uitdaging van deze teksten is dat ze niet makkelijk hun rijkdom volledig vrijgeven. Wel kunnen kleine zinnen of ideeën makkelijker plots als een blixemflits ons hart en verstand doen oplichten, en begrijpen we plots iets dat we nooit zeer goed hebben kunnen vatten. De diepere zin van de teksten die we lezen geeft zich meestal maar vrij als we ze verschillende keren laten bezinken na ze te hebben gelezen, herlezen en bemediteerd. Pas dan geven ze stilaan hun diepe en voedzame rijkdom vrij.
In deze teksten raken we het centrale thema aan bij alle mystiekers van bij ons over de geboorte van Christus in de ziel, bijvoorbeeld bij Eckhart (1260-1328), die we vorige keer in een van zijn preken hebben geciteerd, en die Ruusbroec eveneens aansnijdt in vele van zijn thema's. Laten we even luisteren naar een stukje van die preek van Eckhart:
"'God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden'; deze wereld moeten we niet verstaan als van de uiterlijke wereld, zoals toen Hij met ons heeft gegeten en gedronken, maar dit moeten we verstaan als van de innerlijke wereld. Even waarachtig als de Vader zijn Zoon op natuurlijke wijze voortbrengt, verwekt Hij hem even waarachtig in het meest intieme van de ziel, en precies daar is de innerlijke wereld." (Preek 25, 7-8)
Muziek nr1: Uut dit spiegel en sullen wij ons nemmermeer neygen, maer altijt daerin bliven ende sien daerin aen ons ongelijcheyt ende wat ons noch ontbreect inden geest, siel ende lichaem, daer wij hem niet in na en volgen, ende aensien hoe sinen gheest gherecht was in eenen weseliken inkeer in dye alderhoochste vrolicheyt, doen hi in dat alderswaerste lijden was, ende hoe zijn siel in dye aldermeeste seericheyt ende lijden uutgherect was om dye wedermakinge onser sielen, ende hoe deerlijc zijn lichaem geschoort ende doorwont hinc in die aldergrootste pijne ende armoede ende alderellendichste versmaetheit als oyt creatuer was, vanden daghe zijnder geboorten totdat hi aenden cruce sterf.
Tekst nr2:
Over deze geboorte van Christus in ons zegt ze aan het einde van het tweede hoofdstuk van Kerstmis het volgende:
| (10) Sint Bernardus zegt: "Dit is de nieuwe mens die niet oud wordt. En zelfs zij van wie het gebeente oud was geworden, worden weer vernieuwd." |
| (11) Daarover verheugt zich God met alle engelen en heiligen. En God wil dat zijn geboorte in ons wordt vernieuwd. Het is ook Maria's vreugde en wens dat al wat in haar lichamelijk en geestelijk geschiedde, ook in de ziel geestelijk weer wordt volbracht en vernieuwd. |
Om nu de hoofdstukken die we gaan lezen beter in te stappen, beluisteren we nog even het laatste hoofdstuk van de Advent, dat ons inleidt in het gebeuren van Kerstmis.
| (6) Nu zal de ziel in God binnengaan, opdat Hij al haar werken volbrengt. Wie God gehoorzaam wil zijn en Hem eren, Maria verblijden en alle heiligen en engelen verheugen, alle mensen vertroosten en alle zielen verlossen, die trede daar binnen, zichzelf vaarwel zeggend en verloochenend. Dan kan God zijn edele geboorte in hem voltrekken. Dat Hij eens in menselijke natuur geboren is, daartoe dwong Hem de liefde. De hoogste eer die wij God kunnen bewijzen is: dat Hij altijd geestelijk in ons allen wordt geboren. |
Muziek nr2:
Tekst nr3:
In het derde hoofdstuk van KERSTMIS handelt ze Over de vruchtbare maagdelijkheid van de ziel. Laten we luisteren naar haar bedenkingen en de daarbij horende aansporingen.
| (1) "Zalig zijt gij, maagdelijke ziel, want uit u wordt geboren de zon der gerechtigheid." En "als een vruchtbare wijnrank brengt gij overvloedige vruchten voort van eer en eerbaarheid." En "God kiest ze en doet ze wonen in zijn tabernakel." En "in haar kern wil Hij wonen en ze onbeweeglijk maken." "O edele maagd, moeder van God, gij waart waardig de Heer van de engelen te dragen, en Hem te zogen met de vruchtbare innigheid van uw geest." "Heilige en onbevlekte maagdelijkheid, ik weet niet welke lofprijzingen ik tot u kan richten! Want Hem die de hemelen niet kunnen bevatten, die hebt gij in uw schoot gelegd." |
| (2) Hier is de ziel vol God: haar wezen godvormig, al haar vermogens godgenietend, en haar hart vol minne; ze wordt in een zuiver licht en schouwen gezet van zijn Godheid en mensheid. En ze woont met haar God in het land der vrijheid, in de innerlijke eenheid. |
Wat de maagdelijke ziel betreft, die verwoording geldt hier niet uitsluitend de maagdelijkheid in de strikte zin van het woord, maar de geestelijke ontvankelijkheid van het maagdelijke gemoed voor de mystieke godsgeboorte. Onze mystieke schrijfster put voor de tekst van dit hoofdstuk vrij intensief uit liturgische teksten over de Mariale feesten die haar hiertoe duidelijk hebben geïnspireerd. Let op de lichtsymboliek rond Christus en Maria. De geboorte van de zon der gerechtigheid is een heel beklijvende bewoording van wat God in ons wil tot stand brengen.
Voor onze volgende muzikale pauze luisteren we nog even hoe Sint-Bernardus wordt aangehaald:
| (3) Sint Bernardus zegt: "Hoe onuitsprekelijk is de goedertierenheid van God, die zijn hoge majesteit neerbuigt tot zulk een nederige ootmoed! Hij die ons heeft geschapen, wordt in ons geboren. En alsof het niet genoeg was dat God onze vader is, wil Hij dat wij zijn moeder zijn. 'Wie de wil van mijn Vader doet, zegt Hij, die is mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder; hij is mijn broeder, wanneer hij gehoorzaam is; (blz. 94) hij is mijn moeder wanneer Ik door zijn goede leer in andere mensen word geboren!' |
Muziek nr3: Salich sidy, o ionckfraulike siel, want uut u wort gheboren die sonne der gherechticheyt. Ende als een vruchtbaer wijnranc zo voortbrenghe overvloedighe vruchten der eeren ende der eersaemheyt. Ende God kiestse ende doetse woonen in sinen tabernakel. Ende int middel van haer wil hi woonen, ende makense onbeweghelic.
Tekst nr4:
| (4) "Goede, getrouwe ziel, verruim de schoot van uw hart: maak wijd uw begeerte en wees niet eng in uw binnenste, opdat gij Christus moogt ontvangen, dien geheel de wereld niet omvatten kan. Vanaf de tijd dat de zalige maagd Maria Hem ontving, wordt Hij nog elke dag door het geloof in ons ontvangen; door goede preken wordt Hij gewonnen, met goede innigheid wordt Hij gevoed, en met de minne wordt Hij vastgehouden. De consciëntie weze zuiver, om God in haar herberg te kunnen opnemen. Ze moet ook vol zorg zijn om haar Zoon te dienen: dan zal de hoge goddelijke Majesteit niet weigeren in haar schoot te rusten. Zij weze ook innig, zodat heel haar bedoeling alleen God is, zonder er ooit van af te wijken. Als het geweten zo is, verblijdt het de ziel en is het Gode welgevallig. De engelen houden het in ere, en in zichzelf is het vredig en rustig. Het weze ook rein, want de reine liefde tot Christus maakt ook hen rein die onrein zijn. En die klein zijn in hun natuur, maakt Hij nog het reinst van al." |
De passage uit Mt. 12,50 is een kapitale tekst in het verband van de goddelijke geboorte in ons. Sint Augustinus interpreteerde deze tekst reeds in de zin die we hier aangeboden krijgen. In de kritische uitgave van 1968 heeft Pater Ampe overtuigend aangetoond hoeveel de schrijfster verschuldigd is aan andere auteurs. Ze zocht haar gading in een rijke geestelijke traditie, van Augustinus af. Samen met die van Bernardus, komt zijn naam het meest voor. Belangrijke teksten putte ze eveneens bij Eckhart, Joranus van Quedlinburg (van wie verschillende preken quasi in hun geheel werden overgenomen), Kraft van Boyberg, Ludolphus van Saksen, Marquard van Lindau, Ruusbroec en Tauler. Ze heeft ook bepaalde anonieme bronnen gelezen, zoals de "Limburgse Sermoenen". Hier en daar meent men gedachten en beelden terug te vinden van Willem van St.-Thierry en Hadewijch. Bronnen van de vierde tot de vijftiende eeuw! Maar toch kan de "Tempel" daartoe geensins herleid worden. Ampe besluit terecht; "Hier is een grote geest aan het woord, die vanuit de traditie een eigen persoonlijk getuigenis brengt."
| (5) Onderzoek nu ernstig wat aan uw zaligheid nog ontbreken kan, in het besef dat het Kind omhelsd en ontvangen wordt - onder velerlei namen - door de moeder, de vader, de dochter, de broeder en de zuster. Het is een wonderlijk groot ding: dat zoveel moeders één zoon hebben en dat zoveel dochters één broeder hebben, die men naar plaats en tijd niet scheiden kan en die door ieder geheel en ongescheiden wordt bezeten. Ik geloof dat we Christus echt baren, in zoverre wij allen van zijn volheid hebben ontvangen. Eerst wordt Hij in zijn woorden ontvangen; daarna geeft de ziel vrucht: door haar goede werken wordt Hij gebaard. Zoals Sint Paulus zegt: "Mijn kindertjes, die ik opnieuw baar totdat Christus in u is gevormd." Christus (blz. 95) werd eens door zijn moeder, de Maagd, lichamelijk gedragen en gebaard; maar door de heilige maagden wort Hij altijd geestelijk ontvangen en gebaard. |
| (6) 0 wonderlijke schoonheid der maagdelijkheid, waarmee men niets vergelijken kan! Want wat is meer verblijdend dan de pracht der bloeiende ziel? Wat is schoner dan een rein lichaam? Wat anders is die allerkostbaarste edelsteen, met zuiver goud bewerkt, dan een kleine ziel, besloten in een rein lichaam? |
Muziek nr4:
Tekst nr5:
En nu in het vierde hoofdstuk over KERSTMIS krijgen we te horen "Hoe wij Jezus in ons hart moeten dragen en voeden".
| (1) Door geen oefening worden de vlekken van de zonden zozeer weggejaagd als door de vereniging met God van binnen aanhoudend te beleven. En omdat Christus het woord is van de Vader, draagt gij Christus zo vaak in uw hart, als gij vreugde vindt in de woorden des levens. Hoe zou er enige ruimte blijven voor de zonde, wanneer gij de bron van de deugden in u draagt? Hij die Jezus zo verborgen draagt in zijn hart, hoeft voor de dood niet te vrezen. |
| (2) Nu moet de ziel er zorgvuldig voor oppassen dat ze niet wegneigt uit de eenheid van de geest en het vruchtbaar huis niet verlaat, en dat ze geen enkel lidmaat trekt uit het liefdevol beeld van zijn heilig leven en lijden, waarin Hij haar heeft getransformeerd. Ze wordt door Hem en zijn dienaars zo bewaakt, dat zij noch de tedere ledematen van het Kind gekwetst worden, en dat de rust en de groei van het Kind niet wordt gehinderd. Want was zij door zijn verdienste niet naar binnen geleid, verrijkt en vruchtbaar gemaakt, dan kon deze geboorte niet geschieden noch bewaakt worden. |
Muziek nr5: O wonderlike maechdelike schoonheyt, daermen gheen dinc by gheliken en mach. Want wat is vroliker dan die bloeme der bloeyender sielen? Wat is schoonder dan een reyn lichaem? Wat is dat alder costelijcste gemme, inden reyne gouden beslaghen, dan een schamel siele in eenen reynen lichaem besloten?
Tekst nr6:
| (3) O, waar vindt men nog een koning die voor zijn bruid zo'n paleis en versierde woning en verborgen slaapkamer gereed kan maken, als de Koning van de glorie doet: die zelf voor zijn bruid de slaapkamer heeft gereedgemaakt, ze daar heeft binnengeleid en met Hem (blz. 97) verenigd; die ze zwanger maakt voor een goddelijke geboorte, zodat ze de Koning der engelen voortbrengt en baart? |
| (4) Die slaapkamer wordt aanhoudend door engelen omringd, om er de Koning van de vrede te laten rusten in het bed van het gemoed. Het is bestrooid met groen en bloemen van deugd, en overgoten van de glanzende stralen der Godheid; zoals er geschreven Staat: "Ons bed is vol bloemen. Toen de koning aan het rusten was, gaf mijn nardus een heerlijke geur." Wanneer wij onze gedachten verwijderen van aardse dingen om ze te geven aan het gedenken Gods, dan bereiden wij voor de Koning van de vrede een bed; en Hij geniet daarin zijn verborgen geheim. Voor het bed van deze maagd zingen de hemelse geesten zonder ophouden de heerlijke minnezang. Hier is lief met lief verenigd, en lief door lief omhelsd. Zij beziet Hem met goddelijke aandacht. |
Hier worden regelmatig teksten uit het hooglied aangehaald en vanuit een heel bijzondere invalshoek geïnterpreteerd en uitgelegd. Als we goed opletten wat ze zoal schrijft over onze relatie met God, en hoe God in ons zijn paleis en verborgen slaapkamer gereedmaakt om in te rusten, maar er zich ook met de ziel wil verenigen, kunnen we niet anders dan onder de indruk zijn. Het zijn thema's die we de dag van vandaag veel te weinig ter hand nemen. We zijn wellicht veel te rationeel om door dat soort bespiegelingen ons te laten raken. Het werkt wellicht bij sommigen de reactie op die Sint Paulus heeft gehad op de Aeropaag, waar sommigen de spot dreven met hem, en enigen hem zeiden: ‘Daarover willen wij u nog wel eens horen.’ Toch heeft dit thema ons veel veel te leren over ons leven en over de relatie die God met ons wil hebben.
Muziek nr6:
Tekst nr7:
In dit deel van de tekst heeft Pater Albert Ampe niet onmiddellijk teksten gevonden waar ze haar aan heeft geïnspireerd. Het zijn dus wellicht meer persoonlijke teksten maar die toch niet vreemd zijn aan die spirituele literatuur.
De "Hem" waarover sprake in het stukje dat we nu gaan lezen is Christus, het Woord van God, de bruidegom die de ziel in zich mag ontvangen. Laten we luisteren wat ze nog verder ons wil vertellen over die ongehoorde liefdesrelatie waarvoor God ons heeft bestemd:
| (5) Zij draagt Hem in de armen van haar ziel: in reine begeerte en zuivere liefde. Zij heeft Hem gewikkeld in het goddelijk licht en het hemels kleed, op de schoot van haar hart, door haar godvormige bedoeling. Zij voedt Hem met innige gedachten, met reine begeerte en met zuivere liefde, met godsdienstoefening en met zuivere bedoeling, met rechtvaardige werken, met barmhartigheid en goedertierenheid en met alle werken van deugd, waarin men aan God en de mensen gehoorzaam is. |
| (6) In het Hooglied staat: "De bruidegom wordt gevoed onder de lelies", dat is: in het reine hart. Hij vindt er behagen in te rusten in het maagdelijk lichaam als in een prieel van groen en welriekende bloemen. Sint Bernardus zegt: "Niets is de bruidegom behaaglijker dan te rusten in de schoot der maagden." |
Muziek nr7: Och, waer vintmen eenige coninc, die zijn bruyt aldusdanighe pallays ende vercierde woninge ende eenighe slaepcamer bereyden mach, als die Coninc der glorien zijn bruyt die slaepcamer selfs bereyt heeft, ende heeftse daer in-gheleyt, ende met hem gheëenicht, ende maectse vruchtbaer in godliker gheboerten, soe-dat si voort-brengt ende ghebaert den coninc der engelen.
Tekst nr8:
| (7) Zij voedt Christus, wanneer Christus vreugde vindt in haar goede werken; zij voedt Hem met verlangens, zoals er geschreven staat: "Mijn volk heeft mij gesust met verlangens, en verzadigd met reukwerk." Die spijs voedt en herstelt zijn ledematen met voorbeelden: wanneer andere mensen door haar voorbeeld, heilig leven en gedrag worden gesticht en verbeterd. Zij voedt en herstelt de ledematen met gebed: wanneer de mensen van God genade verkrijgen die hen troost en sticht tot hun zaligheid. Zij voedt ze met lering, wanneer zij hen sterkt door preken en hen leert dat ze de eeuwige dingen moeten smaken. Zij voedt ze met raad, wanneer ze de mensen troost, de bedroefden opricht met zachte vermaning en de goede mensen door gesprekken verkwikt. Zij voedt ze, als zij met iemand spreekt over goede dingen. Zoveel als ze kan, schuwt ze nutteloze woorden. Zij brengt in de samenkomst woorden in het midden die stichten, en geeft stof tot een goed gesprek. Zij geeft ijver tot caritas en vrede, zij leent haar oor niet aan achterklap, maar toont een bedroefd gezicht wanneer zij die hoort. Zo voedt en herstelt de heilige ziel Christus en zijn ledematen. |
Muziek nr8:
Tekst nr9:
Dit Kerstthema waar we niet zo makkelijk blijven bij stilstaan, van de geboorte van het Woord van God in ons, is echter helemaal niet vreemd aan de Christelijke spirituele traditie. Ze is bijvoorbeeld eveneens ontleend aan Sint Augustinus in zijn commentaar op het Lucasevangelie hoofdstuk 11 vers 27 en op het Matteusevangelie hoofdstuk 12 vers 50. Laten we tot slot even luisteren naar een stukje van die preek van Sint-Augustinus:
"'Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!' Wat antwoordde de Heer, opdat wij niet de zaligheid zouden zoeken in het vlees? 'Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven!' Maria is gelukkig omdat ze het Woord van God heeft gehoord en bewaard; zij heeft meer de waarheid in haar geest bewaard, dan het vlees in haar schoot. De waarheid van Christus, het vlees van Christus, de waarheid in de geest van Maria, het vlees in haar schoot: er is méér in haar geest dan in haar schoot... En als we de vraag stellen: hoe bent u dan de moeder van Christus? Dan horen we volgend antwoord: "Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder."
Laten wij dan ook, aangespoord door deze overwegingen ons hart openstellen voor het Woord van God! Laten wij aandachtig naar Christus Jezus luisteren en zijn voorbeeld navolgen om er zo goed mogelijk naar te leven! Dan komt Christus in ieder van ons weer tot leven, dan is Kerstmis niet louter en herdenken van wat een dikke 2000 jaar geleden gebeurde, en/of louter een uitzien naar Zijn wederkomst in Glorie aan het einde van de tijden. Moge de Heer ons die grote genade schenken, dan kunnen ook vandaag eenvoudige herders van nabij, en wijzen van verre, komen om die zon van de gerechtigheid te ontmoeten en hun hulde brengen in ons midden.
Ziezo, we zijn aan het einde van deze speciale editie van Binnenskamers beland, met een nasmaakje vanuit de mystieke literatuur van onze anonieme schrijfster van de Evangelische Peerle...
De volgende keer zullen we dus met een heel andere auteur van wal steken. Hij was een Capucijn uit de 16e-17e eeuw, Johannes Evangelista van 's Hertogenbosch. Hij was guardiaan van een klooster in Mechelen, en thevens doceerde hij aan de Leuvense Universiteit. Hij wordt in sommige kringen de Sint-Jan-van-het-Kruis van de Nederlanden genoemd. Dat is misschien wat overtrokken, maar hij weet heel toegankelijke en sterke beelden te vinden om te helpen aanvoelen waarover hij ons wil onderrichten. Zijn teksten zullen qua inhoud lichter zijn dan deze die we de laatste tijd hebben gelezen, maar niet minder leerrijk. We hebben hem wel even vernoemd in de 48e editie van binnenskamers, maar zullen zijn werk "Het Rijck Godts inder zielen" nu van nabij doornemen.
Beste luisteraars, hopelijk hebben jullie genoten van deze extra editie van Binnenskamers, en mogen we jullie volgende keer weer rekenen onder onze trouwe toehoorders. Tot de volgende keer.
Vertaling van de Tempel: Jos Alaerts s.j.
_____________
Muziek nr9: U luisterde naar het programma Binnenskamers, waar we deze keer hebben gelezen uit het werk van een anonieme schrijfster van de "Den Tempel onser Sielen", een bijzonder werk in de Christelijke Spirituele Literatuur.