Programma "Binnenskamers" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.
Tekst nr1:
Welkom beste luisteraars in deze editie van binnenskamers. Vorige keer hebben we het gehad over de veel gestelde vraag of het God is die we ervaren, of dat het enkel een indruk van God is die we hebben? Walter Hillon (+ 1396), vertelde ons onder andere in zijn werk De ladder Van de Volmaaktheid, dat we niet elke geest mogen vertrouwen, maar dat we de geesten moeten onderzoeken om te zien of ze wel van God komen... (zie 1 Joh 4,1). Jawel, de echtheid van een geestelijk leven zo duidelijk mogelijk onderscheiden, is altijd een wezenlijke zorg van de christelijke traditie geweest, tot op de dag van vandaag. Aan het einde van onze uitzending hebben we daarover eveneens ideeën van de grote Ignatius van Loyola te horen gekregen. Daarin leerden we eveneens dat de begeleiding op deze geestelijke levensweg van essentieel belang is. Als we grondig willen nakijken waar we aan toe zijn, is een ervaren geestelijk leider geen overbodige luxe.
Deze keer gaan we Meester Eckhart aan het woord laten met "De sleutel van alle geluk". De tekst die we nemen komt het zijn werk de Geestelijke Onderrichtingen, uit het XXIIIe hoofdstuk. Eckhart is meer gekend als de professor met het gewaagde denken, op wie de filosofen tot en met Hegel beroep zullen doen. Toch is Eckhart veeleer de man van God wiens inwendig leven van pure overgave en eenvoud in de Geestelijke Onderrichtingen duidelijk blijkt. Deze onderrichtingen werden opgesteld voor 1298 en waren bedoeld voor zijn medebroedere novicen. Ze zijn heel representatief voor de Rijnlandse mystiek, die rond 1300 tot bloei kwam, met de haar kenmerkende radicaliteit en voorliefde voor de paradox: en het is juist de uiterste spanning die hij tussen het al van God en het niets van de mens plaatst wat de censoren van Eckhart uiteindelijk zal verontrusten.
Meester Eckhart is afkomstig van Thüringen. Hij treedt in bij de dominicanen te Erfurt, dat slechts een vijftiental kilometer van Thüringen vandaan is. Hij studeert te Keulen, waar de invloed van Albertus de Grote (+1280) overheerst. Daarna te Parijs, waar de invloed van Thomas van Aquino (+1274) nog voelbaar is. Hij verdeelt zijn tijd over universitaire opdrachten en belangrijke functies in de orde van de predikheren. Zo staan zijn Latijnse werken in verband met zijn academisch onderwijs, terwijl zijn Duitse preken en traktaten eerder de spirituele meester tonen. Zijn laatste jaren te Keulen werden overschaduwd door de verdachtmakingen van zijn geschriften; kort na zijn dood loopt het uit op een gematigde veroordeling door de pausen van Avignon.
Muziek nr1: Gewoonlijk, omdat God onvoorspelbaar is, veroorzaakt zijn tussenkomst in ons leven "een beetje verwondering in het begin" (de ontsteltenis bijvoorbeeld die Maria overvalt bij de Annunciatie); de waarheid ervan wordt bevestigd door onze groei in alle deugden, die samengevat worden in het "op volmaaktere wijze de kennis en liefde van de Heer zoeken".
Tekst nr2:
Laten we de tekst van Eckhart, over de sleutel van alle geluk ter hand nemen, en zien wat die ons kan bijbrengen:
1. God wil zelf alleen en op een absolute wijze ons bezit zijn. Dat verlangt hij, dat zoekt hij, en hij legt er zich helemaal op toe om het te kunnen zijn en het te kunnen worden. Daarin bestaan zijn grootste genoegen en zijn vreugde; en hoe meer hij ons bezit is, hoe groter zijn genoegen en zijn vreugde ...
Par. 1. 'God wil zelf alleen en op een absolute wijze ons bezit zijn.' Het christelijk leven bestaat niet in het bestormen van de hemel, maar in het ontvangen van het geschenk dat God ons van zichzelf geeft, het geschenk van de Menswording. want 'daarin bestaan zijn grootste genoegen en zijn vreugde.'
Muziek nr2:
Tekst nr3:
2. Wanneer wij ons losmaken van alle uitwendige dingen, zal God ons alles wat in de hemel is in ruil geven, de hemel met heel zijn kracht, zelfs alles wat ooit van die hemel uitging, en wat alle engelen en heiligen bezitten. En waartoe? Opdat het evenzeer onze eigendom zou zijn als de hunne, in ruimere mate zelfs dan mijn eigen bezit ...
Par. 2. Daar we geschapen zijn naar het beeld van God, zal alleen God ons gelukkig maken. Derhalve vraagt hij ons alleen dat we ons los maken van hetgeen minder dan hem is - want we zijn toch vrije mensen. Dan kan hij ons overweldigen en ons meteen schenken 'al wat ooit van de hemel uitging', namelijk van hemzelf.
Muziek nr3: God wil zelf alleen en op een absolute wijze ons bezit zijn. Dat verlangt hij, dat zoekt hij, en hij legt er zich helemaal op toe om het te kunnen zijn en het te kunnen worden. Daarin bestaan zijn grootste genoegen en zijn vreugde; en hoe meer hij ons bezit is, hoe groter zijn genoegen en zijn vreugde
Tekst nr4:
3. De mens zou het rijk der hemelen echt bezitten als hij voor God van alles afstand kon doen, wat God hem ook geeft of niet geeft. Jij zegt: ‘Ja, Heer, was daar niet het obstakel van mijn gebreken!’ Als je gebreken hebt, vraag dan dikwijls aan God je daarvan te bevrijden als het hem tot eer strekt en het hem belieft, want zonder hem kun je niets. Als hij je daarvan bevrijdt, bedank hem; doet hij het niet, verdraag het, niet meer als het tekortschieten van een zonde maar als een grote beproeving, die voor jou een middel zal zijn om beloond te worden en geduld te oefenen. Wees voldaan, of hij nu zijn gaven schenkt of niet.
4. God geeft aan ieder mens wat voor hem geschikt is, wat voor hem het beste is, wat voor hem te verkiezen is – God kent immers het best zijn noden. Inderdaad, wie in hem al zijn vertrouwen stelt, ontvangt en bezit evenveel in het kleinste als in het grootste. Als God mij zou geven wat hij aan Sint-Paulus gaf, nam ik het graag aan, als dat zijn wil was. Maar vermits hij het mij niet wil geven, vermits hij het mij niet geeft, heb ik hem evenzeer lief, bedank ik hem evenzeer en ben ik ook even voldaan, of ik het krijg of niet. En daarin vind ik mijn voldoening en genoegen – evenzeer alsof hij het mij gegeven had – als ik ben zoals ik moet zijn ...
Muziek nr4:
Tekst nr5:
Par. 3-4. Deze gave van God gaat elke afzonderlijke genade te boven ('wat God hem ook geeft of niet geeft'), want zij is God helemaal – wat ook onze bijzondere roeping is: het is in functie daarvan dat 'God aan ieder mens geeft wat voor hem het beste is'. Om er mijn voordeel mee te doen, en dus om volmaakt gelukkig te zijn, volstaat het dat 'ik ben zoals ik moet zijn', namelijk dat ik 'in hem al mijn vertrouwen stel'. Hij doet immers alles, en ik heb niets anders te doen dan toe te laten dat hij in mij is wat hij in zichzelf is.
Onze zonden zijn altijd een verkeerd voorwendsel om God de rug toe te keren: eigenlijk maakt dat ze precies tot zonden, want er is geen andere zonde dan hem de rug toekeren - de verkeerde daad is daarvan slechts het gevolg. Maar een zonde die God aangeboden wordt houdt op zonde te zijn, omdat sinds Goede Vrijdag Jezus 'voor ons tot zonde is gemaakt' (2 Kor. 5.21) en elke trouweloosheid van onzentwege transformeert tot een gelegenheid om ons met hem te verenigen in zijn barmhartigheid, daar waar we het niet kunnen in zijn gerechtigheid.
Muziek nr5: God geeft aan ieder mens wat voor hem geschikt is, wat voor hem het beste is, wat voor hem te verkiezen is – God kent immers het best zijn noden. Inderdaad, wie in hem al zijn vertrouwen stelt, ontvangt en bezit evenveel in het kleinste als in het grootste. Als God mij zou geven wat hij aan Sint-Paulus gaf, nam ik het graag aan, als dat zijn wil was.
Tekst nr6:
5. Laat God maar doen en wees in vrede. Want in de mate dat je in God bent, ben je in vrede. In de mate dat je van God verwijderd bent, ben je niet in vrede. Wat alleen in God is heeft de vrede: zoveel in God, zoveel in vrede. In welke mate je in God bent of niet, herken het aan het feit dat je wel of niet de vrede hebt. Als je niet de vrede hebt, dan moet dat noodzakelijk zo zijn, want afwezigheid van vrede is aan het schepsel te wijten, niet aan God. Zo is er ook niets in God dat te vrezen is; al wat in God is kan alleen maar bemind worden. Er is ook niets van zijnentwege dat droevig hoeft te maken. Wie alles heeft wat hij wil en verlangt, bezit de vreugde; maar alleen hij bezit haar, wiens wil helemaal verenigd is met de wil van God. Moge God ons die vereniging schenken! Amen.
Par. 5. Deze hymne aan de vrede en de vreugde, die de afslulting is van het geheel van de Geestelijke Ondernemingen, vat heel Eckhart samen: nee, onze zonde zelf kan ons niet droevig maken, en het geheim van alle christelijk leven bestaat erin 'onze wil helemaal verenigd te houden met de wil van God'.
Meester Eckhart (1260–1328), Geestelijke Onderrichtingen, XXIII (naar de Franse vertaling van J. Ancelet-Hustache)
Muziek nr6:
Tekst nr7:
In de vorige editie hebben we even aangeraakt dat de begeleiding op onze geestelijke levensweg van essentieel belang is, en dat een ervaren geestelijk leider geen overbodige luxe is om vooruitgang te maken.
We willen hier niet spreken over de geestelijke leiding in de strikte betekenis van het woord, maar van de relatie waarin een oudere een jongere opwekt tot geestelijk leven, hem vormt en voedt zodat dit leven zich kan ontwikkelen. Inderdaad, Willem van Saint-Thieny (1085-1143), geeft in zijn "Brief aan de Broeders van de Godsberg" een goede raad aan de novicen van de Kartuizers aldaar:
Opdat je eenzaamheid voor jou geen verschrikking zou worden en opdat je in je cel in veiligheid zou kunnen wonen, zijn er drie bewakers aan je zijde geplaatst: God, je geweten en je geestelijke vader. Aan God ben je de toewijding verschuldigd die je helemaal in zijn dienst plaatst, aan je geweten ben je de eerbied verschuldigd die je doet beschaamd staan wanneer je zondigt, aan je geestelijke vader ben je de gehoorzaamheid van de liefde verschuldigd, waardoor je je voor alles tot hem zal wenden.
En St. Albertus de Grote (1193-1280) zegt in zijn "Commentaar op het Johannesevangelie" dat God hem daar heeft geplaatst,
Net zoals een biologische vader zijn zoon opvoedt, vanaf diens geboorte tot aan het moment dat deze helemaal op hem gelijkt, zo ook voedt de geestelijke vader de geestelijk verwekte mens op tot goddelijke gelijkenis – zolang deze het niet belet.
Want, zegt ons St. Johannes wan het Kruis (1542-1591), in de "Bestijging van de Berg Karmel":
God verlangt intens dat de mensen geleid en gestuurd worden door andere mensen, die op hen gelijken... Gewoonlijk is het zo dat God alles wat door het inzicht en de raad van een mens kan geschieden, niet zelf doet of zegt.
Muziek nr7: Laat God maar doen en wees in vrede. Want in de mate dat je in God bent, ben je in vrede. In de mate dat je van God verwijderd bent, ben je niet in vrede. Wat alleen in God is heeft de vrede: zoveel in God, zoveel in vrede. In welke mate je in God bent of niet, herken het aan het feit dat je wel of niet de vrede hebt.
Tekst nr8:
Deze weg van God naar de mens door de mens is juist de wet van de Incarnatie. Pierre de Bérulle (1567-1629) zegt ons daar het volgende over in zijn "Memorial de Direction":
Omdat God mens is, ... is dit dienstwerk erop gericht om Jezus in de harten te laten geboren worden en vorm te geven, om een nieuwe geboorte te schenken aan Degene die van alle eeuwigheid voortkomt uit de schoot van de Vader.
In de monastieke traditie is dit geestelijk vaderschap slechts werkzaam indien het onvoorwaardelijk is. Dat leert ons Paulus Evergetinos (+ 1054) in zijn werk de Synagogè:
Indien lelijke gedachten je kwellen, verberg ze dan niet, maar zeg ze onmiddellijk aan je geestelijke vader. Hoe meer men zijn gedachten verbergt, hoe meer ze zich vermenigvuldigen en in kracht toenemen. Net zoals een slang onmiddellijk wegvlucht wanneer ze uit haar hol gekomen is, zo verdwijnt een slechte gedachte van zodra ze openbaar gemaakt wordt.
In dit jubeljaar van de Barmhartigheid worden we expliciet verwezen naar de overgrote barmhartige liefde van God, en dat voornamelijk doorheen het sacrament van de verzoening. In het sacrament van de verzoening, of de biecht zoals het vroeger gemakkelijk genoemd werd, kunnen we ons bevrijden van alle lelijke gedachten en fouten die ons kwellen en achtervolgen. Ze gewoon in het licht stellen, in het licht van Gods liefde, bevrijdt ons grondig van al die lasten.
Muziek nr8:
Tekst nr9:
Dat alles geeft ons misschien nog geen oudere broer of zus naar wie we regelmatig kunnen gaan om ons verder te helpen op weg naar God die ons roept en vanharte bemint, maar we hebben dan toch al een enorme stap vooruit gezet, en mogen vragen aan God in geloof dat hij ons leiden zal naar diegene die ons vertrouwen echt waard is.
Sint Franciscus de Sales geeft ons toch wat hoop in zijn "Introduction à la vie dévote" om verder te komen op onze geestelijke levensweg:
Wie zal zulk een vriend vinden? De Wijze antwoordt: "Zij die God vrezen," dat wil zeggen, de nederigen die vurig verlangen geestelijke voortgang te maken. Omdat het voor u zo belangrijk is, Philothea, met een goede gids deze heilige reis van toewijding te ondernemen, bidt God met aandrang dat Hij u er een geeft volgens zijn hart, en twijfel dan niet. Want, zelfs als het nodig zou zijn een engel uit de hemel te zenden, zoals dat het geval was voor de jonge Tobias, zal God er u een sturen, een die goed en trouw is.
Deze keer hebben we eerst Meester Eckhart aan het woord gelaten met "De sleutel van alle geluk". Eckhart vooral gekend als de professor met het gewaagde denken, is veeleer de man van God wiens inwendig leven van pure overgave en eenvoud in zijn Geestelijke Onderrichtingen duidelijk blijkt. Deze onderrichtingen zijn heel representatief voor de Rijnlandse mystiek, die rond 1300 tot bloei kwam, met de haar kenmerkende radicaliteit en voorliefde voor de paradox. Het is juist de uiterste spanning die hij tussen het "al van God" en het "niets van de mens" plaatst die de censoren van Eckhart uiteindelijk zal verontrusten en enige problemen geven. Toch is het juist die spanning die zo herkenbaar is in ons leven.
Daarna hebben we ook nagekeken hoe we best onze zoektocht om een leven te leiden zoals God dat voor ons heeft bedoeld met de hulp van andere mensen die God ons geeft. Het jubeljaar van de Barmhartigheid komt ons daarbij eveneens een heel stuk tegemoet.
Volgende keer gaan we Thomas van Aquino ter hand nemen. Hij neemt een unieke plaats in in de Traditie: concilies en pausen herhalen sinds eeuwen dat voor een christen 'denken' 'meedenken met Sint Thomas' betekent. En dat is zonder twijfel zo omdat voor Thomas 'denken' 'meedenken met Christus' betekent: het inzicht in het Woord van God is Thomas’ enige intellectuele project. De sleutel van deze houding wordt ons gegeven in de bladzijde die we samen gaan lezen, genomen uit zijn Commentaar op het Johannesevangelie: "Alleen Christus kan de waarheid bezitten en de dingen zijn slechts waar voor zover ze gelijkenis vertonen met het Woord van God."
Hopelijk mogen we jullie weer ontmoeten op onze volgende editie van Binnenskamers.
Muziek nr9:
Samenstelling en commentaar Max Huot de Longchamp / Vertaling: Jos Alaerts en Rob Faesen © Association St.-Jean-de-la-Croix. Mers-sur-Indre (France) – Oude Abdij, Drongenplein 27. 9031 Drongen
_____________
U luisterde naar het programma Binnenskamers, waar we deze keer stil zijn blijven staan bij een teksten van Meester Eckhart, die handelt over De sleutel van alle geluk. Samen met de uitnodiging van het Jubeljaar van Barmhartigheid staan we stil bij de nood op begeleiding op onze geestelijke levensweg.