Programma "Binnenskamers" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.
Tekst nr1:
Welkom beste luisteraars. We tuimelen hier weer een nieuw werkjaar binnen. De zomervakantie is achter de rug, en we gaan weer verder met teksten van mystiekers te lezen om ze beter proberen te begrijpen.
In de vorige editie zijn we de laatste maanden bezig geweest met het bestuderen van enkele kernteksten van de Zalige Jan van Ruusbroec, ook de wonderbare genoemd. Hij leerde ons onder andere dat het hoogste dat hij behandeld heeft, de gemeenschapszin is. Die gemeenschapszin moeten wij bezitten en begeren die Jezus bezielde. Hij die zeer gemeenschapslievend was, en het ook blijft in eeuwigheid, Hij was gezonden naar de ganse mensengemeenschap op aarde ten bate van alle mensen die zich daartoe willen openstellen.
Hij handelde over het contemplatieve kennen van God, de staat van perfectie en het bevestigd zijn in de genade. Eveneens hebben we verschillende wijzen van onze eenheid met God overlopen.
De nederige bede van Ruusbroec aan het einde van Dat Boecsken der Verclaringhe is ontroerend nederig: "Bidt verlangend voor degene die dit (boekje) samengesteld en geschreven heeft, dat God Zich over hem ontferme; dat zijn arm begin en zijn ellendig midden en dat van ons allen volbracht worde in een zalig einde. Dat verlene ons allen Jezus Christus de levende Zoon van God. Amen." Het is geen vertoning of toneelspel dat hij opvoert, maar heel authentiek, en laat ons zeggen, noodzakelijk om het Rijk Gods te erven!
Tijdens de muzikale pauze hernemen we een tekstje van de vorige editie in het Middelnederlands, waarin de Zalige Jan van Ruusbroec het heeft over Jezus, die buiten zijn lijden en pijn niets voor zichzelf alleen hield, maar alles (zelfs de vruchten van zijn lijden en dood) gemeenschappelijk maakte en ten dienste stelde aan de hele gemeenschap van gelovigen.
Muziek nr1: (Moereels.7 p.142) 10 Die aldus met Gode gheënicht sijn drievuldigher-wijs, in hen es Cristus bede volbracht. Si selen met Gode ebben ende vloeyen, ende altoes in besittene ende in ghebrukene ledich staen. Si selen werken ende ghedoeghen, ende in Overwesene rasten 15 sonder vaer. Si selen uutgaen ende ingaen ende spise venden hier ende daer. Sij sijn van minnen droncken ende in Gode ontslapen, ende in een doncker Claer.
Tekst nr2:
In deze editie laten we Richard Rolle aan het woord met een tekst die spreekt over een honingzoet gezang van de ziel. Het is genomen uit zijn werk Het Vuur van de Liefde. Richard Rolle overleed in 1349. Hij is afkomstig uit Yorkshire. We weten niet heel veel van hem, er staat alleen de datum vast van zijn overlijden in de omgeving van de cistercienzerabdij te Hampole. Wat betreft zijn geboortedatum variëren de bronnen tussen 1290 en 1300. Eveneens weten we dat hij studeerde in Oxford en een kluizenaarsleven leidde op verscheidene plaatsen.
DE TEKST: hebben we genomen uit zijn werk Het Vuur van de Liefde. De Incendio Amoris of ook The Fire of Love is het meest gekende van de talrijke trektaten van Richard Rolle, en het ontwikkelt het thema van het geestelijk leven als gezang van de ziel die door de H. Geest gegrepen is. We treffen hier de technische woordenschat van de middeleeuwse muziek aan: de canor of harmonische klank, de melodos, letterlijk het gezang 'zoet als honing' van de lippen (cf. par. 6), de jubilus, lange vocalises die het engelengezang van het paradijs willen imiteren, het continuo tenslotte, ondertoon die tegenover de melodie staat zoals de vereniging met God tegenover de daden van liefde, die uitingen zijn van die vereniging.
Richard Rolle (+ 1349). Het Vuur van de Liefde, I, 14; II, 2 en 11.
Muziek nr2:
Tekst nr3:
Het is in het hoogste van de menselijk kern dat deze mystieke ervaring zich afspeelt. Daar is men voldoende ver verweiderd van de ijdele aantrekking van de wereld, die haar niet meer kan afbrengen van haar intieme relatie met de beminde. Het is de liefde die hier aan de orde is. Wanneer zij vurig is, kan ze niet worden afgeleid of overweldigd door iets anders van mindere waarde.
Maar laten we luisteren naar de eerste twee paragraafjes van de tekst van Richard Rolle:
| 1. De ziel begint te zingen, wanneer ze door de overvloed en vurigheid van de liefde de zoetheid van de eeuwige lofzang ontvangt in het hoogste van zichzelf: dan wordt de gedachte een lied en de geest zinkt weg in een honingzoete melodie... Wees niet verwonderd wanneer die melodie aan de ziel geschonken wordt – zo wordt haar liefde geordend – en wanneer ze als continuo die troostmuziek van haar minnaar ontvangt. Inderdaad, de ijdelheden van de wereld zijn haar vreemd, omdat zij in de ban is van hemelse dingen die haar in het ongeschapen vuur volledig en voor eeuwig laten ontvlammen. |
| 2. Die ziel zal dan ook nooit ten val komen, vermits ze zoals gezegd zonder ophouden en vurig liefheeft. Zij voelt in zich die zalige vurigheid; in het diepst van zichzelf ziet ze zich verteerd door het vuur van de eeuwige liefde: en meer nog, zij voelt haar Welbeminde in de zoetheid waarnaar ze verlangde. |
Muziek nr3: Wees niet verwonderd wanneer die melodie aan de ziel geschonken wordt – zo wordt haar liefde geordend – en wanneer ze als continuo die troostmuziek van haar minnaar ontvangt. Inderdaad, de ijdelheden van de wereld zijn haar vreemd, omdat zij in de ban is van hemelse dingen die haar in het ongeschapen vuur volledig en voor eeuwig laten ontvlammen.
Tekst nr4:
par. 1-2. De met God verenigde ziel is eindelijk vrij van de zwaarte die een door aardse oogmerken afgebakend leven kenmerkt. Want een door aardse oogmerken afgebakend leven is onvrij, gevangen door die afbakening of slaaf van de grillen van zijn natuur.
Nu wordt deze bevrijde en verenigde ziel in evenwicht gehouden door het hoogste van zichzelf (dat evenzeer "het diepste van zichzelf" is), het punt waar ze geraakt wordt door het "ongeschapen vuur", het "vuur van de eeuwige liefde", en haar "gedachte begint te zingen". (In die tijd heeft de gedachte betrekking op het hele geestesleven). Nu de ziel volkomen hersteld is in haar roeping (- want "haar liefde is geordend", refererend aan Hgl. 2,4 -), leeft ze in de wereld zonder ook maar aan iets gehecht te zijn. Ze is helemaal beschikbaar (en "ze zal nooit ten val komen"). Op die manier zal ze alles zien in het licht van God en handelen volgens zijn wil, en wel op het ritme en met de intensiteit van die liefde zelf.
Muziek nr4:
Tekst nr5:
Luisteren we nu naar een derde paragraafje van die tekst over dat honingzoet gezang:
| 3. De meditatie van die ziel wordt veranderd in een hemels lied, en in haar antifoon bekleedt zich haar vernieuwde natuur met zachtzinnigheid. Daarom zal de Schepper op haar hartsverlangen ingaan – zij was immers vriend van het licht en vijand van de duisternis: alleen het leven had ze lief. En hij zal haar geven: zonder vrees of droefheid weg te gaan uit dit vergankelijk lichaam, en deze wereld te verlaten zonder weerzin voor de dood ... |
par. 3. Deze nieuwe zijnswijze, die overeenkomt met de volkomenheid van het geestelijk leven, laat haar zonder enige moeite de doortocht maken naar de volle verheerlijking: nu zij de paradijssituatie van voor de val heeft hervonden, doet ook het leven haar de grenzen van haar lichaam overschrijden, zonder aan iets sterfelijks vast te zitten, in een zuivere bevrediging van "haar hartsverlangen". Alle meesters bevestigen eensgezind dat de dood van de heiligen een moment van zuiver geluk is, waarvan de tenhemelopneming van Maria het model en de garantie is.
Muziek nr5: Deze mens is inwendig ontvlamd met het vuur van de liefde, zozeer dat zijn hart licht en warmte verspreidt en dat al wat hij uitwendig doet alleen ten goede kan geduid worden. Zijn zang is een gejubel, maar zonder geluid: zijn melodie of lofzang is niet bestemd voor menselijke oren; ze speelt zich af in Gods tegenwoordigheid en met een onuitsprekelijke zoetheid ...
Tekst nr6:
Het volgende paragraafje spreekt zelfs over het wegsmelten van de Ziel in de liefde van Christus. Men spreekt ook over het vloeibaar worden van iets als een liquefactie. Welnu, een vloeistof heeft de eigenschap van elke vorm aan te nemen van de vaas waarin het terecht komt. De ziel kan aldus ook omgevormd worden tot de vorm die God haar wil geven. Luisteren we naar dit vierde paragraafje:
| 4. Wie dat ondervindt smelt helemaal weg in de liefde van Christus, en juicht met hart en ziel God toe. Deze toejuiching is de liefde die zingt; want wie ze laat horen brengt zijn machtige stem tot bij de oren van God. Ze is ook het verlangen naar het Goede, en de goede wil. Deze toejuiching is niet van de wereld, omdat de geest waaruit ze voortkomt niets anders zoekt dan Christus. Deze mens is inwendig ontvlamd met het vuur van de liefde, zozeer dat zijn hart licht en warmte verspreidt en dat al wat hij uitwendig doet alleen ten goede kan geduid worden. Zijn zang is een gejubel, maar zonder geluid: zijn melodie of lofzang is niet bestemd voor menselijke oren; ze speelt zich af in Gods tegenwoordigheid en met een onuitsprekelijke zoetheid ... |
par. 4. Het wegsmelten (gerefereerd aan Hgl. 5,6 waar de ziel "wegsmelt" bij het horen van de stem van de Welbeminde) duidt op die volkomenheid: elke weerstand tegen de liefde is verdwenen: Christus en de ziel zijn als transparant voor elkaar. Zozeer, dat de ziel het licht en de warmte verspreidt die ze zelf ontvangt naar de maat van haar "ontvlamd zijn met het vuur van de liefde". Dat wil zeggen dat ze daar is zonder enige spanning tussen contemplatie en actie, tussen God ontvangen en God geven.
Muziek nr6:
Tekst nr7:
| 5. Wie het mysterie van deze melodie beleeft zal houden van haar muziek, en terwijl hij in Jezus jubelt zal hij zijn als het vogeltje dat zingt tot het erbij sterft. En misschien zal deze mens zelfs in het sterven ook de troost ondervinden van de liefdeszang, gesteld dat het nog om een sterven gaat en niet veeleer om een overgaan naar de Welbeminde, omdat deze mens meer leeft dan ooit. |
| 6. Tenslotte zal deze mens na zijn doortocht wonderbaar opgetild worden in een lofzang op de Schepper. Hij zal zich al zingend verliezen in onbegrensde heerlijkheden. Heel vlug neemt hij deel aan de toejuiching van de Serafijnen, om ononderbroken en zonder ophouden in deze lofzang te stralen en te dienen. Daar zal hij de liefdesomhelzing en de zoetheid van het liefhebben kennen: deze omhelzing zal hem overkomen in het hart en de vereniging van de minnaars zal eeuwig duren. Hun honingzoete lippen geven elkaar heerlijke kussen, en hun wederzijdse liefde zal nooit vergaan. |
Muziek nr7: Wie het mysterie van deze melodie beleeft zal houden van haar muziek, en terwijl hij in Jezus jubelt zal hij zijn als het vogeltje dat zingt tot het erbij sterft.
Tekst nr8:
par. 5-6. Met het eveneens klassieke beeld van de vogel die zingt tot hij erbij sterft, beklemtoont Richard Rolle de continuïteit van het leven van de heiligen, hier beneden en hierna. De enige ware dood, zo zegt Sint-Paulus, is die waaruit wij zijn opgewekt bij het doopsel (cf. Rom. 6.3-5), want ons tijdelijk verblijf in het graf is alleen een soort inslapen voordat we onze plaats gaan innemen in het koor van de engelen, tot Gods lof en ons volle geluk.
Ik lees u hier even de tekst uit de Romeinenbrief:
| Rom. 6, 3-5: "Weet u niet dat wij door de doop, die ons één heeft gemaakt met Christus Jezus, delen in zijn dood? Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden gaan leiden. Want indien wij als het ware vergroeid zijn met zijn dood, moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding". |
Muziek nr8:
Tekst nr9:
In deze editie lieten we Richard Rolle aan het woord met een tekst die handelt over een honingzoet gezang van de ziel. De tekst hebben we genomen uit zijn werk Het Vuur van de Liefde. Dit is het meest gekende van de talrijke trektaten van Richard Rolle, en het ontwikkelt het thema van het geestelijk leven als een gezang van de ziel die door de H. Geest gegrepen is. Hopelijk hebben deze woorden nieuwe elementen aangereikt om ons een helderder inzicht te verschaffen van de relatie die God men ons wenst te hebben. Een relatie namelijk waar ons hart ook vurig naar verlangt, maar dat diepe verlangen gaan we veelal proberen te blussen met andere dingen na te lopen. Dingen die wel steeds geschenken zijn van God, en tekenen van zijn liefde, maar geenszins hetzelfde zijn als God zelf en zijn liefde rechtstreeks te ontdekken in ons leven. Dat zal die mens volledig omvormen. Geleidelijk aan zal hij Godvormig worden, en op een heel andere manier in het leven staan. We zouden kunnen denken dat dit leidt tot een wereldvreemde houding, maar niets is minder waar. Die mensen nemen wel afstand van wat niet God zelf is, maar kijken met de ogen van God naar de wereld en staan er op die manier ook veel dichter bij.
Laten we ons door Richard Rolle laten uitnodigen om God in zijn grote liefde zelf in eenvoud te laten binnenkomen in ons leven, en niet blijven hangen bij de aardse geschenken die onze aandacht verdelen en afleiden van Gods grootste geschenk.
Ziezo, wenst u deze teksten graag nog eens rustig achteraf door te nemen, dan kan je via de website van RadioSpes de link vinden naar de uitgeschreven versie van deze uitzendingen. U kan ook steeds een van de laatste uitzendingen via internet herbeluisteren in een ietwat ingekorte versie.
Muziek nr9:
_____________
U luisterde naar het programma Binnenskamers, waar we deze keer stil zijn blijven staan bij een teksten van Richard Rolle die handelt over een honingzoet gezang van de ziel. Hij ontwikkelt er het thema van het geestelijk leven als een gezang van de ziel die door de H. Geest gegrepen is.