Programma "Binnenskamers" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.
Vorige keer hebben we een heel klein stukje gelezen uit het bestsellerswerk van de anonieme schrijfster van : "De Evangelische Peerle", maar in de volgende edities zullen we bijna uitsluitend lezen uit haar werk "Den tempel onser sielen". Dit laatste werk zag slechts één enkele druk in 1543. Het kende niet hetzelfde succes als de Peerle, we hebben meer dan 4 eeuwen moeten wachten, namelijk tot in 1968, voordat een kritische uitgave van "Den tempel onser sielen" het levenslicht zag, en dit door de hand van professor A. Ampe s.j. De hertaling door Pater Jos Alaerts, werd onder de naam "Gods tempel zijn wij", uitgegeven in 1980 door de Abdij van Bethlehem te Bonheiden. Het is daaruit dat we het meeste van de teksten van dat werk zullen lezen.
Eveneens hebben we vorige keer de "Eerste mysticus van de Lage Landen" - zoals Pater Paul Verdeyen hem noemt - aan het woord gelaten met een stukje dat handelt over de geestelijke communie. Een tekst die ons aanspoort om de woorden die zo centraal staan in het laatste avondmaal: "doe dit om mij te gedenken" niet uit het oog te verliezen, maar echt ter harte te nemen in ons leven als Christen gelovige mens.
Deze keer pakken we onmiddellijk het werk "Den tempel onser sielen" van onze anonieme schrijfster ter hand. We zullen er (zoals dat eigenlijk hoort) beginnen bij het begin van dat werk. Ze legt er enkele fundamenten die ze noodzakelijk vindt om later op voort te kunnen bouwen als ze doorheen de hoogtepunten van het liturgische jaar gaat, en nakijkt hoe elk van deze feesten ons Christelijk leven siert.
Anonieme schrijfster van de Evangelische Peerle (werd rond 1463 geboren, en stierf op 28 januari 1540). We lezen vandaag uit het eerste deel het eerste hoofdstuk: "Hoe God de ziel tot zijn tempel heeft gemaakt en haar heeft voorzien van vele genaden en gaven."
Muziek:
Ze begint dit hoofdstuk met een vers uit de heilige Schrift: "De eeuwige Wijsheid heeft voor zichzelf een huis gemaakt en zeven zuilen uitgehouwen." Spreuken hoofdstuk 9, vers 1. Er worden heel regelmatig verwijzingen naar bijbelteksten opgenomen in haar werk. Ze wil ons helpen om beter het Woord van God te verstaan. Uiteraard moeten we ons inleven in de tijd waarin deze teksten tot stand zijn gekomen. Ze maakt regelmatig gebruik van allegorieën, die ons ook wel eens heel vreemd kunnen overkomen omdat ze gebruik maakt van het toen nog vrij gangbare mens- en wereldbeeld. Ze doet dat zoals veel van haar tijdsgenoten zonder veel uitleg omdat dit beeld voor hen sinds onheuglijke tijden gehanteerd werd en door iedereen gekend was.
Laten we ons stukje bij beetje door dit hoofdstuk heenwerken, en luisteren naar die bijbeltekst en de uitwerking die ze ervan maakt.
Par.1 "De eeuwige Wijsheid heeft voor zichzelf een huis gemaakt en zeven zuilen uitgehouwen. (Wijsh. 9,1)" Dat huis is de redelijke ziel. Door de bouwmeester, de eeuwige Wijsheid, werd zij gehouwen uit de berg der eeuwigheid: uit de almachtige afgrondelijkheid van de Vader, uit de eeuwige voorzienende wijsheid van de Zoon en uit de overvloedige rijkdom van de heilige Geest. Zo heeft Hij voor zichzelf een woning gebouwd, die uiterst geschikt is voor zijn edele Godheid; zoals de profeet zegt: "Israël, hoe groot is het huis van uw God en hoe uitgestrekt de plaats die gij bezit! De hoogte daarvan is ongemeten, het einde eeuwig. (Bar. 3,24)"
Muziek:
Dit eerste paragraafje tart al de verbeelding. De redelijke ziel is dus een woonst voor de eeuwige Wijsheid, voor God zelf dus. Ze is gehouwen uit de berg der eeuwigheid, die weer niets anders is dan de Vader de Zoon en de Heilige Geest in hun eigenheid. Zo is deze woonst dus uiterst geschikt om God zelf te huisvesten. In het volgende paragraafje plaatst ze het tegen het grotere plaatje van de hemel, maar toch is het niet misplaatst om er de ziel in te zien. Luisteren we verder:
Par.2 Al bedoelt men hier de hemel, toch mag men terecht wel denken aan de ziel, die een hemel is van de heilige Drievuldigheid. Zoals er geschreven staat: "De hemel is mijn zetel en de aarde mijn voetbank (Jes. 66,1)" en "Hij die de hemelen niet konden bevatten, wilde in Salomo's tempel aanbeden worden. (2 Kron. 2,5 en 6,18)" Is de ziel van de rechtvaardige niet een stoel der wijsheid? Waar dus een zuiver geweten is, daar is de zetel van God.
We zien hier hoe belangrijk het is om een goed en zuiver geweten te vormen. Dat gaat niet zonder terdege werk te maken van een goede levenswijsheid en van een rechtvaardige levensstijl. Dat is toch waar het in het evangelie en in de hele heilige Schrift rond gaat.
Muziek:
Nu gaat ze verder uitweiden over het plan van dat huis zoals het in het boek Wijsheid wordt beschreven.
Par.3 De zuilen van het huis zijn vooreerst de drie vermogens van de ziel. Die zijn een kamer voor de heilige Drievuldigheid; daarin woont de heilige Drievuldigheid met geheel haar beminnelijke genade. Zij is voor de ziel leven, voedsel en fundament, en beleeft er haar verborgen mysterie. De andere zuilen zijn de vier elementen waaruit het lichaam is samengesteld. Het mag daarover vrij beschikken, als de geest verenigd is met God.
De drie vermogens van de ziel zijn: Geheugen (wat ik weet), Verstand (wat ik versta), en Wilskracht (wat ik wil). Deze zijn dus heel belangrijke zuilen, als niet de belangrijkste zuilen van dat huis. Deze hogere vermogens zijn heel eigen aan de mens. Ze onderscheiden ons van de andere schepselen, en rusten ons toe om "de heilige Drievuldigheid met geheel haar beminnelijke genade" tot woonst te zijn.
De overige zuilen zijn de vier elementen waaruit alle materiële dingen in deze wereld gemaakt zijn, en dus ook de mens. Ze zijn namelijk vuur, water, lucht en aarde. Als de geest verenigd is met God, dan kan dit bouwwerk pas echt tot zijn recht komen - zoals ze schrijft - en kan ze vrij beschikken over dat alles. Dus ook hier krijgen we een sleutel die de heilige Schrift aanreikt. Het doel van Gods schepping: met Hem verbonden en verenigd te zijn, Zijn wil eigen maken en volbrengen.
Muziek:
Ze is nog niet klaar met de analyse van de ziel als het huis van God. We luisteren nu naar een aantal paragrafen samen, zonder er veel commentaar over te geven. Ze spreken ook meer voor zichzelf. We lezen nu een 5-tal paragraafjes, die handelen over de eerste drie zuilen in dit huis.
Par.4 De basis van de zuilen zijn de drie goddelijke deugden en de vier hoofddeugden. Dit zijn vooreerst geloof, hoop en liefde. Zij heten goddelijke deugden, omdat zij de geest met God verenigen en godvormig maken. God is een enig, eeuwig, almachtig en opperste goed. Door die drie deugden heeft Hij de ziel aan zichzelf gelijk gemaakt, zodat zij in staat is alles wat in de wereld is te verwinnen, en mét Hem te zijn : een eeuwig, enig, almachtig, opperste goed.
Par.5 Door het geloof kijkt zij ongehinderd op naar God, voornaamste voorwerp en genieting van de geest. Met kracht van het eeuwige Goed schat zij alle begeerlijkheid van de wereld gering en treedt ze die onder de voet. Door het geloof woont zij stevig in God, de onbeweeglijke berg waarop dit huis dat Hij zelf bewoont, is gefundeerd. "De fundamenten daarvan bevinden zich in de heilige bergen. (Ps. 86,1)" Zo is het huis gefundeerd in God en God in het huis, en wel door het geloof. "Wie in Mij gelooft, sprak Jezus, uit zijn schoot (dat is: in het binnenste van zijn geest) zullen stromen van het levend water vloeien. (Joh. 7,38)" Het komt immers toe aan het huis van God, die bron in zich te hebben.
Par.6 Door de hoop wordt alle hovaardij des levens verwonnen, in zover als men zich met vast vertrouwen verlaat op alles wat men met het geloof in de eenheid heeft gevonden. "Wie op Mij vertrouwt, heeft het eeuwig leven in zich. (Joh. 6,47)"
Par.7 Door de liefde tot God zegeviert men over alle genot en zinnelijkheid van het vlees en de natuur, want "sterk als de dood is de liefde (Hoogl. 8,6)", en "wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem. (1 Joh. 4,16b)"
Par.8 En zo wordt men goddelijk dank zij die drie deugden. De drie goddelijke deugden zijn als drie zuilen die de geest - het hoogste deel van de tempel - stevig met God verenigen, van al het lage vervreemden, en één maken met God.
Muziek:
Nu volgen de vier volgende zuilen. Jawel, de vier hoofddeugden, of kardinale deugden.
Par.9 De vier andere zuilen zijn de vier hoofddeugden, die de ziel stutten om niet tot de begeerten van het vlees te neigen maar tot onderdanigheid aan God. De eerste deugd is gerechtigheid. Zij is de ziel ingestort en bewaart ze in haar oorsprong en in haar eerste begin. Zo kan deze in gerechtigheid wandelen voor haar God; in heilige gedachten, in overgave van wil, in rein verlangen, met een zuivere bedoeling van hart. Hierover staat geschreven in het boek der Wijsheid: "De Heer zal de gerechtige leiden langs rechte wegen en hem het Rijk Gods tonen, dat in ons is. (Wijsh. 10,10) De zielen der rechtvaardigen zijn in Gods handen en de kwelling van de dood zal hen niet treffen. (Wijsh. 3,1) En de zegen van de Heer rust op het hoofd van de gerechtige. (Spr. 11,26)"
Par.10 De tweede deugd is wijsheid. Zij is licht en oordeel in de ziel. Daarmee zal de ziel God in zichzelf leren kennen, alle dingen wijselijk onderzoeken en beoordelen, omhelzen wat goed is en haten wat kwaad is. De eeuwige Wijsheid heeft het licht van zijn aanschijn in de ziel gestort en een eeuwig verbond met haar gesloten. Hij heeft haar een grote klaarte ingestort. Zo zou zij wonen in de Wijsheid en wandelen in zijn licht, zoals de profeet zegt: "O Heer, in uw licht zullen wij het licht zien. (Ps. 35,10) Zalig hij die zal wonen in de Wijsheid en volgens de gerechtigheid zal denken. (Eccl. 14,22) God de Heer zal hem voeden met het brood van het leven en het inzicht, en hem te drinken geven van het water van de zalige Wijsheid. Hij zal hem staande houden, zodat hij niet wordt neergebogen. Het oog van de wijze staat altijd in zijn hoofd, dat is: in God. (Eccl. 2,14)" De Wijze zegt: " O Wijsheid, ik heb U gemind boven goud en boven alle rijkdom van deze wereld; en van U kwam mij alle goeds. (Wijsh. 7,9-11)"
Par.11 De derde deugd is matigheid. Zij houdt het midden tussen te veel en te weinig. Zij is vol zorg om te onderhouden wat God geboden heeft, en niet te overtreden wat is verboden.
Par.12 De vierde deugd is sterkte. Daarmee wordt het huis versterkt in het verwerven en stevig bewaren van de deugden. Daar de ziel aan alle kanten door ondeugden wordt belegerd en zo dikwijls wordt besprongen en aangevochten, is het nodig dat zij door God, haar edele inwoner, gesterkt en ontzet wordt. Want de profeet zegt: "De Heer is mijn sterkte en mijn hulp. Het kwaad zal ik niet vrezen, omdat Gij, Heer, met mij zijt. (Ps. 17,2-3) De Heer is een Beschermer van mijn leven; voor wie moet ik bang zijn? (Ps. 22,4) Wie woont onder de hoede van de Allerhoogste, hij woont onder de bescherming van de God des hemels. (Ps. 90,1)"
Par.13 Dat zijn de zeven zuilen waarmee de ziel, die Gods woning is, wordt ondersteund. Zij zijn als zilveren pilaren in de tempel van de ziel, waardoor geheel het geestelijk gebouw wordt recht gehouden in een verhevenheid van deugden. Zij maken het glanzend, van binnen voor God en van buiten voor de mensen. Die zuilen worden ook verguld door de heerlijke gaven van de heilige Geest. Dan wordt alles wat de mens doet, met verstand en wijsheid gedaan, met oordeel en beraad, met vrees, met vrede en met lankmoedigheid. (Cfr. Jer. 11,2 + Gal. 5,22,, de zeven gaven/vruchten van de h. Geest)
Muziek:
Par.14 In deze tempel is ook een gouden troon, gevestigd op de zeven zuilen der deugden. Die troon is het godvormig gemoed, dat van goddelijke klaarte is doorlicht. "De stoel is van elpenbeen, de armleuningen van goud." Die stoel is de zuivere geest (cfr. par.2), stil brandend in goddelijke liefde. Daarop rust de vredelievende Koning, de eeuwige Wijsheid, als op een koninklijke troon. Hij vestigt het gemoed in een eenvoudig licht, boven al wat er binnenvalt. Hij doet het zinken in stille minne en vrijheid van geest. Hij vernieuwt alles in de ziel. Hij doorstroomt alle vermogens en zinnen. Hij maakt ze God-genietend.
Par.15 Sanctuarium in die tempel is de eenheid van de geest, waarin de h. Drievuldigheid onophoudelijk wordt geëerd en aanbeden. Altaar is de verborgen rijkdom van het goddelijk wezen. Op dat altaar wordt de beeldeloze, goddelijke Afgrond aanbeden en wordt het eeuwige Woord (dat uit het Vaderhart eeuwig, onophoudelijk, én in de tijd geborgen wordt) opgedragen en geofferd; daar draagt de innige ziel zichzelf, en alle genade die zij van God ontvangen heeft, weer aan Hem op de tot Gods lof - in het verborgen Heilige der Heiligen, dat van alle engelen en heiligen is omringd. Zij staan rond het sanctuarium, de koninklijke troon en Gods tempel, en bewaren die dag en nacht. Daarbinnen eren en loven zij God, van vreugde dat Hij zo'n woning heeft op aarde. Nochtans is er meer lofzang en blijdschap in de hemel, omdat daar meer hemelse dingen worden beleefd.
Par.16 Verheugt en verblijdt u, bewoners der aarde, dat gij Gods tempel zijt geworden, want God verblijdt zich in u! (Cfr. Jes. 62,4-5) Hij zegt door de profeet: "Ik zal mijn sanctuarium behoeden, en Ik ben een beschermer van mijn rijk. Ik wil niet dat mijn tempel door beelden ontheiligd wordt, en mijn tabernakel zal door geen plaag worden bezocht. (Ps. 90,10)"
Muziek:
Par.17 Dat is het nieuwe Jeruzalem, dat Johannes uit de hemel zag neerdalen, door God getooid als een bruid voor haar man. "Zie de tabernakel van God onder de mensen. Hij zal bij hen wonen. (Cfr. Apoc. 21,2) Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Verheug u, Sion, de grote en heilige God van Israël is in uw midden. (Zach. 2,10) Het geweld van de stroom heeft de stad Gods verblijd en de Allerhoogste heeft zijn tabernakel geheiligd. (Ps. 45,5)"
Par.18 Dat is Samomo's tempel, gezegende akker, hemel der zaligheid, paradijs der genietingen, gouden stoel, blijdschap der engelen, een koninklijke stad en een woning van God, een huis van de h. Drievuldigheid, ark van het Verbond. Hierin is de ziel de tafel waarop de tien geboden geschreven staan (want de ziel is de kostbare steen waarmee het hemels Jeruzalem wordt opgetrokken); en daar staat de gouden emmer van het zuivere hart, waarin het hemelse brood is - het brood der engelen of de eenheid van het goddelijk wezen, waarmee zij wordt gevoed -; ook ligt er Aärons staf, dat is het levende Woord van God, dat de ziel vruchtbaar maakt en waarop de h. Geest rust met zijn zeven gaven. Zo zijn er in de tempel der ziel vele verborgen mysteries. Hij is als een vruchtbare wijngaard Gods.
Par.19 In die tempel wonen de ware vereerders en aanbidders van God: innerlijke, heilige mensen. In die innerlijke tempel van de ziel woonde onafgebroken Onze Lieve Vrouw. Al haar vermogens keerde zij daarheen. Daar aanbad zij haar enige Zoon, in de geest en in waarheid. Zij bekende Hem dat zij Hem niet waardig kon loven, en begeerde daarom dat Hij zichzelf in haar zou eren en loven. Wie tot in haar maagdelijk hart zou hebben gezien, had er God geschouwd naar wezenlijke wijze.
Par.20 "Zalig zijn zij, Heer, die wonen in uw huis; in de eeuwen der eeuwen zullen zij U loven. (Ps. 83,5)" Nochtans zijt Gij van Uzelf de allerhoogste lof, wanneer Gij Uzelf antwoord geeft in het wederopdragen van al uw gaven. "O Heer, ik min de weelde van uw huis (Ps. 25,8a) en de stad die uw bezit is. (Bar. 3,24b)"
Par.21 O ziel, die in rijkdom van deugden een tempel van God zijt geworden, hoe gaat gij nu Hem buiten uzelf zoeken, die gij helemaal in u hebt? Gij draagt Hem in u, die alle dingen geschapen heeft!
Muziek:
Slot
In deze editie pakten we onmiddellijk het werk "Den tempel onser sielen" van onze anonieme schrijfster ter hand. We zijn er (zoals dat eigenlijk hoort) begonnen bij het begin van dat werk. Ze legt er enkele fundamenten die ze noodzakelijk vindt om later op voort te kunnen bouwen als ze doorheen de hoogtepunten van het liturgische jaar gaat, en nakijkt hoe elk van deze feesten ons Christelijk leven siert. Dit eerste hoofdstuk handelde over: "Hoe God de ziel tot zijn tempel heeft gemaakt."
Volgende keer zullen we verder lezen in dat eerste deel van "Den tempel onser sielen", maar zullen we iets meer in diagonaal lezen, en de sterkere stukjes eruit pikken. Vandaag hebben we een idee willen geven van de manier waarop ze zich doorheen zo een bijbels beeld als die tempel uit het boek spreuken heenwerkt. Hopelijk ging het niet te snel, en hebben jullie je kunnen inleven in deze prachtige literatuur.
Hopelijk tot volgende keer.