Binnenskamers

Derde editie
Alexandre Piny (1640-1709): Het gebed van het hart

Programma "Binnenskamers" presenteert sterke en diepe teksten van heiligen en van mystieke auteurs voornamelijk over de intieme (gebeds)relatie met God; Pareltjes vanuit onze rijke schat aan Christelijke spirituele traditie.

Inleiding

Beste luisteraar. Welkom op deze derde uitzending van het programma "Binnenskamers". Als je de vorige uitzendingen gemist hebt, vraag je jezelf wellicht af wat de bedoeling is van dit programma.

Het woordje binnenskamers zal u zeker doen denken aan de Bergrede bij Matteüs, waar Jezus het volgende zegt: "Maar als je bidt, ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, bid tot je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen." Van Jezus zelf getuigen de evangelisten dat Hij zich terugtrok op een eenzame plaats, en daar meestal lange tijd bleef bidden.

Gaan we het dan hebben over het gebed?
Het gebed zal regelmatig aan bod komen, maar het zal niet uitsluitend onze aandacht krijgen.

Wat willen we dan wel doen?
We willen in het bijzonder tijd nemen om sterke teksten van onze rijke Christelijke traditie te lezen. Veelal zijn we geneigd om hoofdzakelijk commentaren te gelezen over Kerkvaders, Heiligen en mystiekers, maar zelden worden de teksten van hen echt ter hand genomen. Ergens hebben we drempelvrees, ja zelfs schrik dat we niet zullen begrijpen wat ze willen zeggen. Dat is jammer, en in dit programma willen we hen juist wel aan het woord laten.

Heel kort Muziekstukje:

Vorige keer hebben we gesproken over "meditatie en contemplatie", en hebben we meteen wat meer kennis gemaakt met de Heilige Petrus van Alcantara waarvan we enkele teksten hebben gelezen over dat onderwerp. We maken deze keer weer een sprong in de tijd (maar nu alleen maar van iets meer dan een eeuw), en gaan we aan de hand van teksten van Alexandre Piny (1640-1709) ingaan op "het gebed van het hart".

In deze editie zullen we proberen enkele vragen op te helderen die we nog zouden kunnen hebben over de contemplatie. Meditatie hebben we zelf enigszins in de hand. Onze eigen inspanning komt er in ieder geval sterk in aan bod. Maar bij de volgende stap blijven we een beetje in de kou staan als er van de andere kant geen hand wordt gereikt, of als er blijkbaar geen contemplatieve activiteit wordt opgemerkt. Het gebed van het hart wordt dan een basishouding die we bij het tijd nemen voor, en bij het ruimte scheppen in onze binnenkamer dankbaar zullen kunnen benutten.

Maar laten we eerst eens even onderbreken met een stukje muziek voor we Alexandre Piny wat voorstellen en ons gaan toeleggen op een paar tekstjes van hem.

Muziek:

Wie is hij?

De auteur waar we nu bij willen blijven stilstaan is van een oude Provençaalse familie afkomstig. Hij is de jongste van acht kinderen, en treedt heel jong binnen in het noviciaat van de Dominicanen te Draguignan.

Na zijn studies en enige tijd gewijd aan de prediking, werd hij door zijn oversten naar Marseille (stad die geestelijk beheerst wordt door Malaval), en later naar Aix gestuurd (waar zich het generaal studium van de provincie bevond) om er filosofie en theologie te gaan onderwijzen. Toen het Parijse klooster van Sint-Jakob door de prijskamp van Louis XIV moest hervormd worden, werden alle Franse provincies gevraagd om twee van hun meest geleerde en trouwste religieuzen te sturen. Piny werd daarvoor aangewezen op 20 april 1675. De raad van Sint-Jakob benoemde hem tot studiemeester en professor van de Heilige Schrift, en tegelijk onderprior. Hij verbleef 16 jaar lang te Sint-Jakob. Hij publiceerde toen verschillende grote werken. De volgende jaren liet hij zich opmerken door verscheidene vulgariserende werken die een soort samenvatting waren van de onderrichten die hij wekelijks gaf aan de studenten van de orde waarvoor hij verantwoordelijk was.

Zijn publicaties, alle in de lijn van de 'zuivere liefde', zullen veel succes hebben, tot het ogenblik dat de veroordelingen van het quiëtisme in 1685 hem min of meer het zwijgen zullen opleggen. Toch was hij zijn leven lang een groot geestelijk leider en biechtvader.

Begin 1691 vinden we hem terug aan het noviciaat generaal van de orde te Faubourg Saint-Germain. Maar het duurt niet lang. Twee jaar later lobbiën de mensen van het klooster van Sint-Jakob om hem terug te krijgen. Uiteindelijk zal hij vragen terug te mogen keren naar zijn eigen provincie in de Provence. Het klooster van de Boodschap werd aldus de laatste etappe van Piny. Hij woonde er zestien jaar op zeer voorbeeldige wijze, zich vol ijver toeleggend op al de orderegels. Na de nachtwake waaraan hij regelmatig deelnam tot de dag van zijn overlijden, bleef hij gedurende een uur bidden. Zijn dagen bracht hij door in de grootste activiteit, brieven van geestelijke leiding schrijvend, biecht horend of al prekend. De reputatie van zijn heiligheid, zijn ervaring in het geven van geestelijke leiding, de werken over de spiritualiteit die hij publiceerde, trokken een vloed van boetelingen tot hem aan: kleinen en groten, armen en rijken, zondaars en vromen, prinsen en kleine mensen van de wijk. Ze vonden allen bij hem hetzelfde vriendelijk onthaal. Zijn bediening was zeer vruchtbaar. Hij stierf (in de geur van heiligheid) op 20 januari 1709.

De tekst die we nu gaan lezen komt uit het achtste hoofdstuk van het werk "Etat du pur Amour". Daarin richt Piny zich tot zielen die weinig aanleg hebben voor de meditatie. Dit is voor hem de aanleiding om te herinneren aan het doel van elk gebed, namelijk: eenvoudigweg de wil doen van God die ons tot het gebed roept. Daarmee komt hij de mensen tegemoet van wie het gebed in dorheid verloopt, wat ook de oorzaak van die dorheid wel moge zijn.

Muziek:

De teksten zelf: Het gebed van het hart

Paragraaf 1

Luisteren we nu naar een eerste paragraafje uit het achtste hoofdstuk van Alexandre Piny zijn werk: "Etat du pur Amour", of om het in het Nederlands te zeggen: "de staat of toestand van de zuivere liefde".

1. De manier van bidden die het meest in eenklank is met de zuivere liefde, die het meest vrij is van elk eigenbelang en er rechtstreekser op uit is God te verheerlijken en lief te hebben ... kan beoefend worden als men uitsluitend van plan is God in de voorgenomen gebedstijd lief te hebben en te aanbidden, in de plaats van alle schepselen die hem niet liefhebben en niet aanbidden, zoals daar zijn: alle duivelen, de ongelovigen, de ketters en de slechte christenen.

Het zoeken naar de 'zuivere liefde' beheerst de tijd van Piny, en zal dikwijls koren op de molen zijn van de tegenstanders van een eerder vermeend dan reëel quiëtisme. Hier echter ziet men dat het helemaal niet gaat om een vlucht in een valse liefdesspontaneïteit (waar men het woord van Sint-Augustinus 'Bemin en doe wat je wil' begrijpt als 'doe eender wat!'), dus niet om een vlucht in een valse liefdesspontaneïteit, maar om een totale investering van de wil van de mens in de wil van God, zonder andere compensatie dan de liefde zelf. De liefde namelijk, die hier geen enkele beloning van sentimentele of zelfs intellectuele aard met zich meebrengt of beoogt, maar: het wil hier 'uitsluitend God liefhebben en aanbidden'. Dat noemt Piny elders 'het gebed van het hart'; het hart is bij hem de zetel van de wil, te onderscheiden van de geest, zetel van de kennis.

De opsomming van de schepselen die God niet liefhebben en niet aanbidden zouden wij vandaag wellicht niet op dezelfde manier verwoorden. Laten we daar niet over vallen, en onze tijd niet in verliezen. Zoals Jozua zei tot het volk van God als ze goed en wel in het beloofde land zijn aangekomen: "Als u de Heer niet verkiest te dienen, kies dan nu wie u wel wilt dienen... Ik en mijn familie, wij dienen de Heer" (Jozua 24, 15).

Muziek:

Paragraaf 2

Om tot die liefde te komen die ons tot die vrijheid van de kinderen Gods brengt, vervolgt Piny zijn betoog als volgt:

2. Daartoe hoeft de ziel die wil bidden aanvankelijk maar het volgende te doen. In de eerste plaats, zich goed in Gods tegenwoordigheid stellen ... en heel overtuigd zijn van deze waarheid: dat God Vader, Zoon en H. Geest - even goed in haar is als op de plaats waar zij zich bevindt, en overal even werkelijk aanwezig is als in het paradijs. Na deze geloofsact betreffende Gods aanwezigheid, moet zij nog een act stellen van overgave in zijn vaderlijke handen en hem verzekeren dat zij van ganser harte haar in- en uitwendigheid aan zijn zeer heilige wil overgeeft. Hij mag helemaal over haar beschikken naar zijn believen en tot zijn dienst, binnen en buiten het gebed, voor de tijd en voor de eeuwigheid. Ze zal hem bovendien verzekeren dat zij er voor niets anders is dan om hem lief te hebben en te aanbidden - zowel voor haar als voor alle mensen die hem niet liefhebben en niet aanbidden.

Het uitgangspunt van elk gebed is: zich bewust worden van Gods tegenwoordigheid; dat gebeurt op het vlak van de kennis, en in het geval van het gebed van het hart zal dit geen andere hulp hebben. Maar dat is voldoende om de wil vrij te maken: vermits God daar is, alleen maar bezig met ons lief te hebben, komt het er alleen nog op aan, zich over te geven aan de logica van de liefde en die bestaat precies in ... de overgave aan degene die men liefheeft: 'zij is er voor niets anders dan om hem lief te hebben en te aanbidden.'

Muziek:

Paragraaf 3

Luisteren we naar een derde paragraafje:

3. Als dat gebeurd is, hoeft ze niets anders meer te doen dan voor de rest van de gebedstijd in vrede en in stilte te blijven. Haar enige voornemen en zorg is nu: te blijven in dat liefdevol besef van God, die even werkelijk in haar aanwezig is als in de hemel. Zij doet het met de overgave en gelatenheid waarmee zij zich geheel aan zijn vaderlijke handen heeft toevertrouwd. En ze wil voor niets anders op die plaats zijn en er voor niets anders de gebedstijd doorbrengen, dan om God in die eerbiedige stilte lief te hebben en te aanbidden - zowel voor haar als voor alle mensen die hem niet liefhebben en niet aanbidden. Laat ze hiervan grondig overtuigd zijn: de wil om daar te zijn voor dat doel, namelijk om lief te hebben, is in werkelijkheid de ware liefde; en men houdt bijgevolg niet op met altijd lief te hebben, welke verstrooidheid zich ook aandient, als men maar in dat voornemen volhardt en het niet herroept.

Alleen deze grondhouding ('blijven in het liefdevol besef': wij zouden vandaag zeggen 'in de liefdevolle aanwezigheid') is noodzakelijk voor het gebed. Het gebed van het hart heeft geen enkele voelbare inhoud: het is dus normaal dat het door verstrooidheden overrompeld wordt; maar zolang de ziel zich niet verwijdert van die grondhouding ('als men maar dat voornemen niet herroept'), moet ze zich 'werkelijk' in 'de ware liefde' weten, namelijk in de volheid van de liefde, wat veel beter is dan er een voelbaar aftreksel van te ondervinden. Het gaat hem dus om de houding of ingesteldheid, en niet om het gevoel.

Muziek:

Paragraaf 4

Het blijft echter niet bij die rust en stilte van dat gebed alleen, het beïnvloedt ook onze manier van in het leven te staan. Luisteren we naar een vierde paragraafje:

4. ... Wat is die liefde inderdaad zuiver, wanneer we bij dit bidden geen andere bedoeling hebben dan er ons helemaal voor in te zetten dat alle mensen die er niet aan denken God lief te hebben, hem gaan liefhebben! Wat is die liefde inderdaad groot, die op zo'n wijze het hart kan verwijden en verbreden, en het zelfs kan verveelvoudigen tot een eindeloos aantal harten! En wat een vreugde betekent het voor heel het paradijs, wat een heerlijkheid is het voor God zelf, op aarde een ziel te zien die hem voldoende liefheeft (ook al is het doorheen de duistere sluier van het geloof) om elke gebedstijd in die genereuze zelfvergetelheid door te brengen - en dat ze die tijd helemaal voor haar God wil besteden, in die goddelijke uitingen van liefde!

De liefde zoekt niet God te beminnen, maar dat God bemind wordt: dat is het geheim van de heiligen. Wanneer zij God en hun broeders liefhebben, vermeerderen ze niet de liefde van God, maar zij bevrijden haar in de mensen die niet liefhebben, en daarmee maken ze hen bekwaam om op hun beurt lief te hebben.

Muziek:

Slot

Deze bijdrage met teksten over "het gebed van het hart" van Alexandre Piny wil speciaal tegemoet komen aan diegenen die na veel en geregeld mediteren niet de indruk hebben dat ze veel verder komen.

Volgende keer nemen we teksten van Pierre de Clorivière ter hand die handelen over het gebed van rust, en daarmee komen we weer dichter bij het aspect van de contemplatie terecht.

Ziezo beste luisteraar, hopelijk hebt u in deze ietwat moeilijkere materie toch een en ander kunnen herkennen vanuit uw eigen ervaring, en hebt u er iets van kunnen opsteken of bijleren.

Muziek: